"Ik consumeer, dus ik ben. Consumptie is het kenmerk van het westers leven in de 21ste eeuw. We zijn sinds enkele decennia allemaal consument, stelt de Vlaamse antropoloog Rik Pinxten. Consumptie is één van de meest alledaagse dingen in ons leven. We kopen een krant ’s morgens, een broodje ’s middags, een kant-en-klaarmaaltijd ’s avonds. We bestellen een koffie of een glas wijn op een terras. We kopen nog een cd, nog een dvd, nog een boek, nog speelgoed voor de kinderen. We laten ons verleiden tot een ijsje of tot een nieuwe gsm. Met de nieuwe mode of met de koopjes starten velen hun jacht naar nieuwe kleding. De consument is de jager-verzamelaar van de 21ste eeuw. Geld moet rollen, betaalkaarten moeten biepen. Hoe abstracter ons geld, hoe gemakkelijker we het uitgeven.

Onze ongekende consumptie weerspiegelt een ongekende rijkdom. Het inkomen van de doorsnee Vlaming of Nederlander stijgt jaar na jaar, onafgebroken, ook in zogeheten crisisperiodes. Op enkele decennia verdubbelden we onze koopkracht. We beseffen het amper, zo snel went luxe. Vele producten dalen in prijs, dankzij stijgende omzet, technologische vooruitgang of omwille van de uitbuiting in andere delen van de wereld. Nog nooit kochten we zoveel, bezaten we zoveel en gooiden we ook zoveel weer weg. Gelukkig verslijten vele dingen snel, zodat we toch weer nieuwe kunnen kopen. En als ze niet snel genoeg stukgaan, dan verouderen ze, zodat ze aan vervanging toe zijn.

Zijn we nu gelukkiger te midden van de ongekende overvloed? Dat is de vraag. We kunnen niet langer voorbij aan de schaduwkanten van onze consumptie. Onze westerse levenstijl is niet duurzaam. De aarde warmt op door onze energieverslaving en -verspilling. De afvalbergen groeien uit tot cols van eerste categorie, bij ons of in het Zuiden. Recyclage is al een volwaardige industrietak, maar toch weegt de overconsumptie van alsmaar meer grondstoffen en energie loodzwaar op onze planeet. Onze consumptie botst op ecologische grenzen. Dat weten we, maar we geven het niet graag toe, want we willen nog zoveel kopen…

Er is echter meer aan de hand. Het geluk van de doorsnee westerling stijgt niet meer met de groei van de consumptie. We worden niet langer gelukkiger door nog meer te kopen. Ondanks de ongekende overvloed knaagt de ontevredenheid over wat we hebben. Velen werken zo hard om hun kredietkaarten en leningen te kunnen betalen, dat ze amper tijd hebben om van alle spullen te genieten. Vanwaar komt het paradoxale onbehagen van nooit-genoeg in een wereld van overvloed? We zitten gevangen in een cyclus van werken en consumeren, zoals de Amerikaanse sociologe Juliet Schor het noemt. Zoals een hamster in een tredmolen hollen we door. We werken alsmaar harder om meer te kunnen consumeren. Te midden van de overvloed zet de rat-race onze levenskwaliteit, ons welzijn en onze tevredenheid onder druk. Ons geluk groeit niet meer evenredig met de toenemende rijkdom, besluit ook de Britse econoom Richard Layard. Onze consumptiedrang botst niet alleen op ecologische grenzen, we botsen ook op onze eigen grenzen, al willen we ook dat niet graag toegeven."

Vijf jaar geleden schreef ik bovenstaande inleiding voor mijn boek 'We consumeren ons kapot'. Met de milieuvergunning voor Uplace zetten we vandaag opnieuw een stapje verder in de consumptiewaanzin, ten koste van mens en milieu, en van onze binnensteden. 'We consumeren ons kapot' blijft helaas brandend actueel.