Superdiversiteit groeit stilaan uit tot een nieuw paradigma. Dat werd deze week duidelijk op het inspirerende congres ‘Superdiversity: theory, method and practice’ aan de Universiteit van Birmingham. Op initiatief van IRIS (Institute for Research into Superdiversity) verzamelden zo’n 200 wetenschappers voor een driedaags congres.
Birmingham is ook zonder congres een stad die superdiversiteit ademt, in de hele stad, maar ook aan de universiteit. Het contrast met de universiteit Antwerpen en de Hogescholen was groot. Maar het meest inspirerende waren de lezingen en papervoorstellingen, ondanks een jammerlijke last-minute-annulatie van Steven Vertovec. Van grote delen van West-Europa tot Singapore kwam er onderzoeksmateriaal over hoe al deze samenlevingen zoeken naar manieren om met de sterke demografische transitie om te gaan die samengaat met superdiversiteit. Tegelijk blijven de oude ongelijkheden, armoede en discriminatie hoog op de agenda. En telkens werd duidelijk hoe superdiversiteit gaat over de toekomst van onze steden. Dat was ook één van de lijnen in onze paper over superdiversiteit, transmigratie en sociaal werk.
In haar keynote-lecture pleitte Jenny Phillimore van de Universiteit van Birmingham alvast voor een heroveren van het concept van integratie, weg van de te eenzijdige assimilatiedruk die vandaag in vele landen van het beleid uitgaat. En als het congres één ding duidelijk maakte, is hoe het onderzoek naar superdiversiteit een domein in volle groei en ontwikkeling is. Zowel de theoretische als de empirische ontwikkelingen maakten duidelijk dat superdiversiteit kan uitgroeien tot één van de inspirerende paradigma’s om de groeiende diversiteit aan het begin van de 21ste eeuw te analyseren.