“Bijna iedereen, zoals bijna altijd bij dit soort concerten, was blank. Dat is iets wat me altijd weer opvalt; ik zie het elke keer en probeer er altijd aan voorbij te gaan. (…) Ik ben er aan gewend, maar ik verbaas me er altijd weer over hoe gemakkelijk het is de pluriformiteit van de stad achter me te laten en een geheel en al blank domein te betreden, met een homogeniteit die de aanwezige blanken in het geheel niet stoort, voor zover ik kan beoordelen. Het enige wat sommigen van hen vreemd leken te vinden, was om mij daar te zien, jong en zwart, op mijn stoel of in de foyer.” (Teju Cole, 2012, p. 305)

Een mooi fragment uit "Open stad" van Teju Cole. Een boek over onze gelaagde steden, over samenleven in gescheiden werelden, over transnationaliteit, over het worstelen met diversiteit, maar dan beschreven vanuit het oogpunt van Julius, een jonge psychiater in New York van Nigeriaanse afkomst. Hoe ziet hij New York, en Brussel?

Of zoals Johan De Haes op cobra.be over het boek schrijft: "De “open stad” verwijst metaforisch naar de verwarrende en grenzeloos-globale wereld van vandaag, wordt even in verband gebracht met de door de bevrijders gespaarde Belgische hoofdstad, maar is in de eerste plaats het multi-culturele New-York City. Stevig voorzien van culturele en professionele reddingsboeien kan Julius daar in al zijn eenzame verwarring toch niet in verzuipen of verdwalen. “Open stad” is een intrigerende roman over in trefzeker ritmische zinnen geformuleerde onzekerheden en een eenzaamheid die zowel ondergaan als gecultiveerd wordt. Een verrassend rijk en rijp romandebuut, waarbij je voortdurend Julius en Teju Cole met elkaar dreigt te verwarren. En dat zegt ongetwijfeld een en ander over de kwaliteit van dit proza."