Feitelijke vaststellingen liggen deze dagen politiek gevoelig. Antwerpen is de facto een meertalige stad. Het is na Brussel de méést meertalige stad in Vlaanderen. We zullen die meertaligheid als uitgangspunt voor een sociaal beleid moeten nemen. Dat was één van de stellingen in mijn afscheidsspeech zaterdag, waarmee ik een periode van 24 jaar engagement vanuit met een politiek mandaat in Antwerpen afrondde. Hier alvast een stukje uit mijn tekst ‘Sociale uitdagingen in een meertalige metropool. Een terugblik en vooruitblik’:

“Met haar bijna 170 nationaliteiten zal Antwerpen ook in de toekomst een meertalige stad zijn. Meer nog, deze ontembare stad – zoals het Martha-Tentatief ze benoemd en schitterend verwerkt in haar theatervoorstellingen – zal alleen maar meertaliger worden naarmate de superdiversiteit verder ontwikkelt. De omvang van etnische gemeenschappen maakt ook dat zij een belangrijk deel van hun leven in hun moedertaal voort kunnen in deze stad. Ook moderne communicatiemiddelen als Skype, internet en satelliettelevisie maken dat mensen hier kunnen leven en contact houden met landen van herkomst.

Op die feitelijke ontwikkeling reageren vele politici – zeker maar niet alleen bij N-VA – ontzettend verkrampt. We creëren een fictie van mogelijke ééntaligheid, omdat we met de meertaligheid niet om kunnen gaan.

Laat het duidelijk zijn: in een superdiverse, meertalige stad moeten we meer dan ooit inzetten op het aanleren van Nederlands. De vraag is echter hoe en vanuit welke focus. Taalkennis moet een hefboom zijn tot emancipatie. Het mag nooit een excuus worden voor uitsluiting.

Spaar ons dus van verdere voorwaarden van taalkennis om toegang te krijgen tot de te schaarse sociale woningen, maar investeer in meer en meer aangepaste vormen om Nederlands te leren, zonder wachtlijsten.

De taalstrijd was in de 20ste eeuw noodzakelijk was. Toen moest Nederlands vanuit een ondergeschikte positie afgedwongen worden tegenover het Frans, de taal van de machthebbers en de bourgeoisie. Toen was de Vlaamse strijd een sociale strijd. Maar hebben we dan niet uit die sociale strijd geleerd? De taalstrijd die sommigen vandaag voeren tegen migranten die (nog) onvoldoende Nederlads kennen, gaat steeds vaker ten koste van de betrokkenen. In een meertalige en superdiverse stad als Antwerpen gaan we dat Nederlands toch niet als een uitsluitende taal gaan hanteren, ten koste van sociaal zwakkeren die er (nog) onvoldoende kennis van hebben?

Laat ons vertrekken van de realiteit: Nederlands zal voor de meesten – maar zelfs niet voor iedereen - in deze stad van superdiversiteit de ‘lingua franca’ zijn, maar met en naast vele andere talen, binnen een veelheid aan gemeenschappen. Laat ons dan ook stoppen met meertaligheid al een probleem te zien, integendeel, laat ons ze koesteren en stimuleren als een troef, in plaats van een voorbijgestreefde eentaligheid af te dwingen door te beknotten op sociale rechten.

Kan al wie Nederlands belangrijk vindt – of toch zegt dat men taalkennis belangrijk vindt – misschien een tandje bijsteken, budgetten aanpassen, methodieken kritisch durven bevragen en taboes achterwege laten? Ik geef enkele voorbeelden:

• Afhankelijk van de taal en het taalniveau blijven wachtlijsten vaak nog veel te lang in deze stad. Als de N-VA taalkennis dan zo belangrijk vindt, mag er dan boter bij de vis: er zijn meer middelen nodig om meer en meer intense opleidingen mogelijk te maken.
• Meer middelen laat ook toe meer te diversifiëren naar niveau van de deelnemers. Maar ook, om voor een aantal groepen intensere cursussen te voorzien dan twee of drie halve dagen per week.
• Taalopleidingen zijn vaak nog te gescheiden van de leefwereld. Er zijn goede ervaringen met moeder en vaderprojecten in een beperkt aantal scholen, waarbij mama’s (of papa’s) hun kinderen brengen en vervolgens ook zelf aan hun taal werken. Als onderzoek leert dat dit werkt, breidt dit dan uit.
• Kijk ook naar de methodieken, als beleid en als sector. Voor vele ongeschoolde volwassenen is de huidige aanpak vaak te schools. Hoe hard lesgevers zich ook inzetten, de setting is vaak te klassikaal. Nederlands leer je ook al doende, bijvoorbeeld op de werkvloer. Toch parkeren we mensen eerst jaren in steunafhankelijkheid (inburgeren, wachtlijsten, enkele jaren les), voor ze voor het OCMW in aanmerking komen voor een sociale tewerkstelling (art. 60). Om redenen van communicatie eist het OCMW een taalkennis van 2.1. Vele van deze mensen willen sneller aan de slag, maar leren traag. Laat ons dan toch starten met anderstalige werkploegen (bv. een strijkatelier met Berbervrouwen, een renovatieproject met Iraqezen), waarbij Nederlands al doende op de werkvloer wordt aangeleerd. Mensen kunnen sneller aan de slag, leren mogelijk sneller en blijven minder lang afhankelijk van steun. Toch de moeite waard om te onderzoeken en experimenten op te zetten?
• En laat ons ook in het onderwijs het debat verruimen. De uitstroom van jongeren zonder diploma is onaanvaardbaar hoog en groeit nog. Taal is daarbij vaak één van de barrières. Ervaring in Brussel laat zien dat meertalige scholen – met een beperkt deel van de vakken in eigen taal – geen rem hoeven te zijn op taalontwikkeling, maar juist een hefboom voor kinderen. Wie de verdere groei ziet van kinderen die opgroeien in gezinnen waar Nederlands geen thuistaal is, kan niet anders dan dit soort opties onderzoeken. Laat de resultaten van zulke scholen wetenschappelijk evalueren, in plaats van te vertrekken van politieke taboes.
• Tolkendiensten betalend laten worden getuigt in een stad als Antwerpen dan ook van een ideologische blindheid voor de realiteit. Natuurlijk zijn tolkendiensten er niet om mensen levenslang afhankelijk te houden van vertalers, maar voor vele mensen vervullen ze de eerste jaren (en voor sommige analfabeten en ‘uitgeleerden’ veel langer) een cruciale brugfunctie. Tolkendiensten betalend maken gaat ten koste van de betrokkenen, maar belast scholen, CLB’s, welzijnsorganisaties en stadsdiensten ook nodeloos bij communicatie met nog-niet-Nederlandstaligen.

Laat ons van een groeiende stad niet een meer ongelijke stad laten worden, met A en B-burgers. Laat ons de meertaligheid erkennen, om ze als kracht te gebruiken en van daaruit meer in te zetten op kennis van Nederlands, maar dan als hefboom om mensen sterker te maken, niet als excuus voor uitsluiting.”

Je kan de volledige tekst ‘Sociale uitdagingen in een meertalige metropool. Een terugblik en vooruitblik’ hier downloaden.

Bijlagen
2013 03 02 Sociale uitdagingen meertalige metropool DEF (2).pdf2013 03 02 Sociale uitdagingen meertalige metropool DEF (2).pdf