Einde 2012 stopte ik niet alleen als OCMW-raadslid, het was ook de afronding van ruim 24 jaar dat ik in Antwerpen een politiek mandaat uitoefende: kort als districtsraadslid, bijna drie legislaturen als gemeenteraadslid, waarvan twee jaar als schepen en ten slotte zes jaar OCMW-raadslid de voorbije bestuursperiode. Zaterdag volgt een feestelijke afscheidsdrink, en dus kijkt een mens even terug ter voorbereiding van een speech. Hoe vat je een kwarteeuw politiek engagement samen? Vijftig tinten grijs zijn het zeker niet geworden… wel tien tinten groen: een terugblik met 10 stopplaatsen...

Eerste halte: 1985. Als student in Politieke en Sociale Wetenschappen werk ik op de redactie van Het Volk als studentenjob. Na een persconferentie van Benegora vraag ik aan Ludo Dierickx hoe ik me lid kan maken van Agalev, geïnspireerd door het radicale economische congres in Mechelen dat jaar. Een goed half jaar later word ik als 20-jarige gekozen tot politiek en partijsecretaris van het veel-te-kleine Agalev-veel-te-groot-Antwerpen. Ondermeer Leo Cox en Luc Lamote leren me de knepen van politiek en van sociale actie. Samen met Harry Schram bereiden we de gemeenteraadsverkiezingen van 1988 voor. Als eerste opvolger voor de gemeenteraad start ik in 1989 in de Antwerpse districtsraad.

Tweede halte: 1989. Het was hoog tijd om meer druk te zetten op het fiets- en mobiliteitsbeleid in Antwerpen. Koning auto regeerde. Ik richt ‘Fietscampagne’ op en organiseer in mei 1990 een massale betoging, met ruim 2000 fietsers. Ondermeer Stef Lauwers maakte dit mee waar. Resultaat: de fietsersbeweging stond terug op de kaart. Hieruit groeiden later fietsbetogingen met meer dan 10.000 deelnemers en ontstond ook de huidige Fietsersbond. Overigens, als je vandaag ziet welke richting dit stadsbestuur uitwil met haar mobiliteitsbeleid, is er anno 2013 misschien wel eens terug nood aan een massale fietsbetoging en beweging…

Derde halte: oktober 1990. Mijn eerste gemeenteraad in opvolging van Marjet Van Puymbroeck, en een onmiddellijke confrontatie met toenmalig burgemeester Bob Cools over de autovrije Meir, zonder een autovrije binnenstad. Ondertussen zijn er iets meer autovrije straten, is zone-30 gewoon geworden, hebben trams meestal vrije beddingen en zijn er veel meer fietspaden, al is Antwerpen nog lang geen duurzame stad. Vele debatten zouden volgen, bijvoorbeeld over de sloop van Den Entrepot waar we met een fax van Richard Meier konden aantonen hoe zijn naam en ontwerp werden misbruikt.

Vierde halte: oktober 1994. Na de gemeenteraadsverkiezingen breken groenen en liberalen na vele decennia de meerderheid van socialisten en christen-democraten open. Moeizame onderhandelingen onder leiding van Eddy Boutmans leiden tot een vernieuwend bestuursakkoord. Mieke Vogels en Patsy Sörensen worden schepenen. Trendbreuken komen tot stand: van gescheiden afvalophaling tot het einde van politieke benoemingen en een meer eigentijds personeelsbeleid, van fietspaden tot nieuwe parken (denk aan de uitbreiding van Middelheim en aan park spoor noord), ….

Vijfde halte: juni 1999. Ik volg Patsy Sörensen op als schepen voor bevolking, jeugd en groen, maar ook van ontwikkelingssamenwerking en emancipatie. Samen met Patsy bouwden we die legislatuur het jeugdbeleid uit: van een kleine onderbemande jeugddienst naar een volwaardige jeugdbeleid een stad waardig. Die uitbouw werkt tot vandaag door, denk maar aan Antwerpen als Europese jongerenhoofdstad in 2012.

Zesde halte: einde 1999, begin 2000, of de collectieve regularisatie van mensen zonder papieren. Perspectief geven aan meer dan 4.700 mensen zonder papieren die langdurig in de stad verbleven, daarvoor hebben toen tientallen mensen van stad en OCMW zich ingezet, samen met professionals en vrijwilligers uit vele welzijnsorganisaties. Beelden die bijblijven: de honderden mensen zonder papieren voor de deur, zenuwachtig, angstig, hoopvol. Een zekere Bert Gabriëls die als jonge jurist werkte bij de cel asielzoekers van de stad in die periode en dubbele shiften draaide om alles rond te krijgen. Of Jos Goossens die als een volleerd verkeersagent de laatste dagen aanvragers dirigeerde naar wel 60 geïmproviseerde loketten en bureaus in de Lange Nieuwstraat. Iedereen zette zich in, omdat het beter was voor de mensen, maar ook voor de stad. Een ongeziene operatie, waarvan de impact op het aantal officiële inwoners van de stad tot vandaag onderschat is, omdat er nooit onderzoek gebeurde naar de volgmigratie. Hier als schepen de gangmaker voor mogen en kunnen zijn voor Antwerpen blijft iets waar ik fier op ben.

Zevende halte: 2000, of de kentering van de bevolkingscijfers. Na tientallen jaren stadsvlucht en bevolkingsdaling stijgt de Antwerpse bevolking opnieuw vanaf 2000, van 442.000 inwoners toen tot 512.000 vandaag. De witte stadsvlucht vermindert (maar verdwijnt nooit helemaal). Er komen meer geboortes. Migratie en volgmigratie zorgen voor vele nieuwe Antwerpenaren. En de regularisaties van 2000 en 2009 maken van verborgen stadsbewoners zonder rechten echte burgers. Iedereen onderschatte deze bevolkingstoename, in Antwerpen en in andere steden, zoals bijna iedereen ook de superdiversiteit te laat inschatte. En wie het huidige bestuursakkoord leest, kan niet anders dan besluiten dat Antwerpen zich vandaag allesbehalve voorbereidt op 600.000 Antwerpenaren tegen 2025-2030. Maar daarover meer in de vooruitblik.

Achtste halte: 1995-2006, of 12 jaar voorzitter van de gasintercommunale IGAO en ondervoorzitter van de kabelintercommunale Integan. Boeiende beheersmandaten, met politiek werk achter de schermen, om stappen te zetten voor een rationeler energiegebruik, om projecten van groene stroom te ondersteunen, om de invloed van Electrabel te verminderen of om de stad van voldoende dividenden te voorzien. Via Integan was ik betrokken bij de razendsnelle evolutie van de wereld van kabel, glasvezelverbingen, digitale pakketten en gsm-operatoren. Toch blijft het merkwaardig hoe gemeenteraden en schepencolleges belangrijke participaties in deze sectoren vaak onvoldoende opvolgen, laat staan dat ze er strategisch beleid proberen te voeren. Antwerpen kan hier van Gent iets leren.

Negende halte: 2003 en de VISA-crisis. Een politiek kantelmoment voor de stad, en een weinig orthodox startpunt voor een verdere professionalisering van het bestuur. Het aantreden van Patrick Janssens, de veroordeling van enkele topambtenaren. Maar ook: een periode waarin vele mensen werden meegesleurd in een sfeer van wantrouwen. Honderden keren iets mogen uitleggen waar zelf je niet rechtstreeks bij betrokken bent: zoiets vreet aan engagement. Politiek draait in belangrijke mate op vertrouwen. Wanneer dat wegvalt, verliest iedereen. De manier waarop de VISA-crisis verliep, was allesbehalve een fraai schouwspel. Al is de stad achteraf gezien misschien wel beter van geworden…

Tiende halte: 2007-2012. In 2006 geef ik de fakkel door aan Freya Piryns in de gemeenteraad. En ik begin aan een mandaat dat me meer heeft geraakt dan al het voorgaande. Aan de slag voor zes jaar als OCMW-raadslid, met Monica De Coninck en later Leen Verbist als voorzitters. De voorbije 18 jaar had ik in de gemeenteraad het sociaal beleid opgevolgd, van de eerste armoedefondsen tot het Sociaal Impulsfonds en het Stedenbeleid. Als socioloog werkte ik mee aan de Jaarboeken Armoede en Sociale Uitsluiting. Maar de directe confrontatie met armoede en migratie in de OCMW-bijstandscomités leerde me pas echt de realiteit en dynamiek van stedelijke armoede en migratie kennen die in te veel wetenschappelijke studies nog ontbreekt. Ik ondersteunde het OCMW waar het kon, gaf voorzette tot vernieuwing, probeerde sociale rechten te vrijwaren, maar zette ook de hakken in het zand: wanneer het stadsbestuur de nodige middelen niet wou vrijmaken, wanneer de ‘voor-wat-hoort-wat’ logica dreigde door te slaan in uitsluiting, of wanneer men een onaanvaardbaar onderscheid wilde maken al naargelang de herkomst of het statuut van mensen.
Het Antwerpse OCMW werkt 52 weken op een jaar, ook de raadsleden. Vele duizenden dossiers heb ik gelezen en wekelijks de horingen met hulpvragers bijgewoond. Het heeft me meer geleerd dan vele boeken. Het heeft me respect bijgebracht voor de strijd van mensen in armoede, maar ook oog leren krijgen voor overlevingsstrategieën of perverse effecten van beleid. En respect voor alle hulpverleners en, sociaal werkers in het veld.

Van terugblik naar vooruitblik.

Het werk in het OCMW heeft het me ook meer inzicht in en voeling met de snel groeiende superdiversiteit doen krijgen. Die zien we niet alleen in Antwerpen, maar eigenlijk in alle grote(re) Europese steden. Het is een realiteit waar velen nog niet weten hoe er mee om te gaan. Over die uitdagingen en over het armoedebeleid in Antwerpen, daarover wil ik het vooral hebben. Wordt dit weekend vervolgd in een vooruitblik, over de uitdagingen voor een sociaal beleid de volgende jaren in onze veelkleurige metropool…