Professioneel sociaal werk vraagt meer dan sleutelen aan technieken en instrumenten. Ook morele en normatieve overwegingen moeten een plek blijven krijgen op de werkvloer. Dat vraagt van professionals om voortdurende reflectie: op hun maatschappelijke rol, op hun relatie met de mensen voor wie ze werken, op de morele en politieke werking van hun vakkennis. Want hulpverleners nemen voortdurend normatieve en moreel geladen keuzes in de spanningsvelden waarmee ze geconfronteerd worden. Normatieve professionaliteit vraagt ruimte voor aspecten van de leefwereld van wie hulp vraagt in de systeemwereld van organisaties. Het vraagt om echte aandacht en presentie in relatie tot cliënten. Maar het vraagt ook inspanningen ten aanzien van de organisatie en de samenleving waarin ze werken: een streven om deze te humaniseren, om sociale rechten te handhaven en uit te breiden en een inzet voor maatschappelijk verantwoord ondernemen.

Zo verwoordde de Nederlandse socioloog en filosoof Harry Kunneman in 2007 zijn denken over professionalisering in het sociaal werk in een gastcollege in Antwerpen. In Alert schreef ik er begin 2008 samen met Kristel Driessens een artikel over, onder de titel ‘Normatieve professionaliteit in het sociaal werk’. Vandaag bleek dit op het congres van het jeugdwelzijnswerk van Uit De Marge nog steeds inspirerend en actueel, misschien zelfs actueler dan toen. Het zegt iets over deze tijd…