Vanmorgen stelde de federatie Sociaal Cultureel Werk 'Boekstaven 2011' voor, een mooi visitekaartje van het erkende en/of gesubsidieerde volwassenenwerk in Vlaanderen. Zo'n visitekaartje is nodig, want de sector ligt onder besparingsvuur. Nochtans is er in een snel veranderende risicomaatschappij juist nood aan meer vorming en bewegingswerk, en niet aan minder. Reflexieve burgers krijg je niet zomaar.

De kracht van het sociaal-cultureel volwassenenwerk is dat ze meer dan 190.000 vrijwilligers kan mobiliseren, een ongekend sociaal kapitaal. Tegelijk is het meer dan ooit de vraag de sector de groeiende groep van mensen van andere etnische afkomst voldoende bereikt. Migrantenorganisaties en zelforgansiaties geraken langzaam erkend. Maar interculturalisering van de traditionele organisaties blijft een pijnpunt, zeker voor een sector die participatie, burgerschap en sociale innovatie hoog in haar vaandel voert.

Enkele maanden terug schreef ik dat steden sneller interculturaliseren dan sociaal werk. Op de bijna uitsluitend witte autochtone studiedag vanmorgen vertaalde ik dit pleidooi naar het sociaal cultureel werk. Volgens het rapport heerst er in de sector een zekere 'interculturaliseringsmoeheid'. Nou moe... Als als er één sector is die zich dit niet mag en kan permitteren, is het toch sociaal cultureel werk? Zelforganisaties zijn de cruciale opstap, maar toch geen eindpunt?