Waarom doen meer gelijke samenlevingen het bijna steeds beter? Dat was de centrale vraag vanmiddag op een boeiende lezing van prof. Richard Wilkinson op het European Trade Unionj Institute. Samen met Kate Pickett schreef Wilkinson ‘The Spirit Level. Why more equal societies almost always do better’, één van de relevantste boeken in jaren.

De basisstelling van het boek is dat meer gelijke samenlevingen scoren aanzienlijk beter op gezondheids- en welzijnsindicatoren. Dat inzicht is op zich niet helemaal nieuw. Wel vernieuwend is de combinatie van uitgebreide empirische gegevens die dit aantonen met een toegankelijke analyse voor een breder publiek.

Binnen ieder land zijn rijke mensen gemiddeld gelukkiger en gezonder dan armere, maar dat is niet noodzakelijk zo tussen landen: in rijke landen zijn mensen niet per definitie gelukkiger dan in iets minder rijke landen. Of nog anders: binnen de groep welvarende landen zijn het niet de mensen in de rijkste landen die het gelukkigst zijn. Dan spelen andere factoren. We zitten dicht bij het einde van wat verdere economische groei ons nog kan opleveren. Ook de effecten van grotere materiële rijkdom op onze gezondheid worden marginaal. Ondertussen weegt die materiële overvloed wel steeds zwaarder op onze aarde en overschrijden we de ecologische grenzen van onze planeet.

De auteurs vergelijken de 23 rijkste landen en 50 Amerikaanse staten. Bijna steeds blijkt er een sterke relatie tussen ongelijkheid en welzijns- en gezondheid. Hoe hoger de ongelijkheid, hoe meer gezondheids- en welzijnsproblemen bij inwoners. Omgekeerd gaat een kleinere ongelijkheid samen met minder welzijnsproblemen. Dat heeft veel te maken met het samenspel tussen de maatschappelijke structuren – lees ongelijkheid – en individuele psychologische mechanismen.

In landen waar de ongelijkheid groter is, is het vertrouwen van mensen in elkaar kleiner, is de geestelijke gezondheid van mensen lager, ligt druggebruik hoger. De levensverwachting is lager in landen waar de ongelijkheid groter is, de kindersterfte is er hoger. Overgewicht en obesitas komen meer voor in landen waar de ongelijkheid groter is, zowel bij volwassenen als bij kinderen. De schoolresultaten van kinderen zijn minder goed in landen waar de ongelijkheid groter is, de schooluitval is er groter. Er zijn meer tienerzwangerschappen in landen waar de ongelijkheid groter is. Er zijn ook meer moorden en er is meer geweld, en er zitten meer mensen in gevangenissen. Ten slotte blijken de kansen op sociale mobiliteit kleiner in landen waar de ongelijkheid groter is. Waar de ongelijkheid kleiner is, zien we telkens een positiever beeld. Landen met een grote ongelijkheid zijn dan ook dysfunctioneel.

Belangrijk daarbij is dat de gevolgen van ongelijkheid niet enkel betrekking hebben op de armsten in ieder van die landen, maar even goed een weerslag hebben op de meerderheid van de bevolking. Bij grotere gelijkheid gaan dus niet alleen de armsten er op vooruit, maar verbetert de levenssituatie van de meeste mensen.

Wilkinson en Pickett onderscheiden twee uiteenlopende wegen naar meer gelijkheid: aan de ene kant belastingen en uitkeringen om tot herverdeling te komen, en aan de andere kant de inkomens- en beloningsverschillen op de markt beperken. De ongelijkheid weerspiegelt immers in belangrijke mate de concentratie van macht in onze economische instituties.

De nadelen van grotere ongelijkheid zijn zo overduidelijk, de voordelen van grotere gelijkheid voor de gezondheid en het welzijn van de meerderheid van de bevolking al evenzeer. Tegelijk zien we de politieke invloed van het neoliberalisme op grotere ongelijkheid. In dat geval mag ook de politieke verantwoordelijkheid sterker uit de verf komen, om de financiële markten te reguleren, inkomensbelastingen voldoende herverdelend te maken, ongezonde bonussystemen aan banden te leggen, vermogensinkomsten te laten bijdragen, …. Nu is het aan anderen om op hun materiaal verder te werken.

Ondertussen is dit boek een aanrader, waarvan de analyse best zo breed mogelijk bekend raakt. Het is een sterk onderbouwd en toegankelijk boek dat laat zien hoe meer ongelijkheid als gevolg van drie decennia neoliberalisme nefast is voor de gezondheid en het welzijn van de doorsnee inwoner. En het biedt inzicht hoe een streven naar meer gelijkheid juist het gezondheids- en welzijnspeil kan verhogen, omdat het sociale samenhang versterkt.

Wilkinson, Richard & Pickett, Kate, 2009. The Spirit Level. Why more equal societies almost always do better.London, Allen Lane/Penguin books, 331 p.

Voor aanvullende artikels, presentaties en multi-media-links, zie ook www.equalitytrust.org.uk