Identiteit en ongelijkheid

Nieuwe commentaar toevoegen

Gisterenavond in het Zuiderpershuis was er een lezing van de Amerikaanse auteur Walter Benn Michaels. In zijn boek ‘The Trouble with Diversity: How We Learned to Love Identity and Ignore Inequality’ maakte Michaels in 2006 brandhout van de overtuiging dat een antidiscriminatiebeleid een progressieve keuze is. ‘Waar ik me zorgen over maak’, stelde hij in Mo-Magazine, ‘is dat terwijl discriminatie onaanvaardbaar werd, de ongelijkheid juist enorm is toegenomen.

Volgens Michael maken culturele diversiteit en economische ongelijkheid allebei deel uit van hetzelfde neoliberale programma dat de voorbije dertig jaar het beleid bepaald heeft. Daartegenover bepleit hij een linkse politiek, die voor hem in wezen een herverdelingspolitiek is, en die heeft niets met identiteit te maken. Hij vind culturele diversiteit politiek irrelevant, omdat de identitaire ontvoogding meestal alle aandacht voor ongelijkheid wegneemt.

Dat de alsmaar toenemende ongelijkheid een zwaar onderschat probleem is in Amerika en in Europa, klopt. Het onderzoekswerk van Wilkinson en Picket in hun boek 'The spirit level leert heel duidelijk hoe het geluks- en welzijnsniveau in de rijke landen duidelijk lager licht wanneer de ongelijkheid in het land groter wordt. We moeten opnieuw de strijd tegen de groeiende ongelijkheid op de agenda zetten.

Maar de manier waarop Michaels de strijd voor identiteit haast als een vorm van vals bewustzijn aan de kant zette, om een eenzijdig pleidooi te houden om enkel op sociaal-economische ongelijkheid te focussen, was veel te kort door de bocht. De geschiedenis van de vrouwenbeweging, de strijd van zwarten voor burgerrechten, de emancipatie van holebis of de strijd voor identiteit van migrantengemeenschappen hebben betrekking op identiteit, maar vaak ook op sociaal-economische rechten.

Zoals Nancy Fraser en Ulrich Beck al leerden: er bestaat een spanningsveld tussen herverdeling en erkenning. Bij herverdeling van geld of goederen of macht streven we naar herverdeling omdat we anderen als gelijken beschouwen. Bij erkenning van culturele verschillen, identiteiten, (minderheids)culturen, … gaat het niet om gelijkheid, maar juist om de erkenning van het verschil. Michael maakt de fout door beiden tegenover elkaar te zetten in een of/of-benadering. Terwijl het er in de 21ste eeuw juist om gaat om herverdeling en erkenning samen te brengen, willen we komen tot een minder ongelijke en meer rechtvaardige samenleving.

Fukushima, Tchernobyl en de risicomaatschappij

Nieuwe commentaar toevoegen

De kernreactor van Tchernobyl ontplofte op 26 april 1986. De ramp met de kerncentrales in Fukushima in Japan begon na de aardbeving en tsunami op 11 maart 2011. Beide illustreren de analyse van de Duitse socioloog Ulrich Beck: we evolueren naar een mondiale risicomaatschappij.

Risico’s komen steeds meer op de agenda, of het nu gaat om de financiële crisis of om nucleaire calamiteiten. Ze mondialiseren ook, ze hebben een impact voorbij de grenzen van ruimte, maar ook van tijd. Een kwart eeuw na Tchernobyl zijn nog steeds niet alle slachtoffers geboren. Het is nog veel te vroeg om de gezondheidsimpact van Fukushima te kennen. Eigen aan de risicomaatschappij is dat we steeds meer risico's produceren die we eigenlijk niet langer kunnen controleren. Kerncentrales zijn er het typevoorbeeld van.

Toch blijft de discussie voor vele mensen abstract: we zien noch ruiken radio-activiteit. Specialisten en media informeren ons over het onzichtbare gevaar, al dan niet met vertraging. De impact op de gezondheid – behalve bij zeer hoge dosissen - blijkt pas later. Ulrich Beck schreef ooit provocerend: stel dat radio-activiteit zou jeuken... Het zou een ander debat geven.

Ondertussen zijn we 26 jaar na de ramp in Tchernobyl en één jaar na Fukushima. Ook de theorie van de risicomaatschappij bestaat een kwart eeuw. Tijd om lessen te trekken.

Onzekerheid in tijden van staking

Nieuwe commentaar toevoegen

Vanavond in Terzake interviewde Kathleen Cools voormalig minister en huidig professor aan Frank Vandenbroucke. Ze vroeg: “Onderschatten we die onzekerheid, waardoor er veel angst is?”

Frank Vandenbroucke was duidelijk: “Ik denk het wel. Dé politieke hamvraag van deze tijd draait eigenlijk rond onzekerheid, of het nu gaat om de financiële markten, de ondernemerswereld, maar ook de mensen. Het is onzekerheid wat heerst en het is onzekerheid die - denk ik - ook knaagt in de samenleving.”

Voor een verdere analyse van een onzekerheid, zie de derde, geactualiseerde druk van onzekerheid. Over leven in de risicomaatschappij.

Het huis van honing en melk

Nieuwe commentaar toevoegen

Op deze gedichtendag, nog altijd één van de meest pakkende teksten over de stad en haar verborgen inwoners, van Ramsey Nasr...

Het huis van honing en melk

De vrouw op het statige Zuid bestaat niet. Overdag begraaft ze zichzelf.
Ze huurt de seconden en uren af in een dure onzichtbare stad.
Het huis dat de vrouw bewoont bestaat niet. Ik weet waar. In deze straat
ligt het stiltegebied van de woondienst, een gat gevuld met kamers.

De vrouw, die het huis niet verlaat, maanbleek en onderkomen is,
woont niet echt in een goor donker hol achter de Volksstraat.
Zoiets kan niet, dat bestaat niet. Ze woont niet echt, maar alsof.
Dit verheldert de zaak: ongeldige vrouw heeft zich als nacht verstopt.

De vrouw met man en vier kinderen heeft geen recht op honger,
geen reden tot licht, elektro of warm water. Ze mag niet klagen.
Ze mag hier niet werken zolang ze niet bestaat. En vooral vice versa.
Tot die tijd moet ze weg. Het systeem werkt m.a.w. perfect.

De kinderen - één, twee, drie, vier – de kinderen zijn net echt.
’s Nachts niet, dan slapen ze tussen strontlucht en kakkerlakken
samen op de vochtige grond. Niet echt: ze doen alsof. In elk geval
zie ik er ’s ochtends drie naar een propere school vertrekken.

Die school bestaat. Vrienden van mij sturen hun dochter ernaartoe.
De school heeft een naam, een stedelijk goede naam op ’t Zuid.
De school treft geen blaam. Men zag er drie kinderen in een klas
elke dag hun ogen stijf toeknijpen, niemand wist wat het was.

Het was het zonlicht. Vier kinderen groeien, nogmaals, op in een hol.
Eén dochter heet Noer, zij werd zes in het donker. Ze spreekt Vlaams.
Noer bestaat, ze is een illegaal halflicht met de zieke ogen van een mol,
de natte longen van een zeehond en een hart dat ze hier heeft opgedaan.

Er is ook een weldoener. De weldoener bezit het huis dat niet bestaat.
Zonder hem geen ongedierte, monoxide of kans op ontploffing op ’t Zuid.
Ontploft de boel, dan verbrandt misschien het gezin, maar ook het huis.
Daarom vraagt de weldoener geld. Om wel te kunnen blijven doen.

Weldoeners weten: elke mens is een vierkante meter, elke meter
een luxeleven voor wie weinig excuus of geen enkel bezit.
Weldoeners lichten op in de duisternis. Ze verhuren een aambeeld
om in te wonen. Slaan erop totdat het bloost. Tot het bloost als een matras.

Antwerpen, gij zijt een schone stad, gevuld met onzichtbare wanhoop.
De huurders van uw paradijs zochten hogere honing en appelspijs.
Men gaf ze bittere bijen te eten, loodwitte melk. Nog bleven ze bij u.
Zegt gij het dan. Wat moet een mens met zijn vreemden aanvangen?

Antwerpen zeg ons, wat doen wij straks als de kakkerlakken zijn bekeurd,
de gaten in hechtenis genomen, de schimmels bewaard voor het archief?
Wat doen we met het overschot? Wat doen we met kind 1, 2, 3 & 4?
Ze zijn volledig opstapklaar. Gelukkig bestaan er formulieren.

’t Is goed in de eigen stad te kijken. Ook wij willen weldoen. Wij willen
onze illegalen tellen, namen geven en ingeburgerd wegsteken in een cel,
een hol met hek. Maar zèg dat dan gewoon. Spreek helder Vlaams en zeg:
duik in vogelvrije vlucht omlaag, omlaag naar het licht van de Schelde.

Ramsey Nasr, Antwerpse stadsgedichten, 2005.

Interculturaliseer sociaal cultureel werk

Nieuwe commentaar toevoegen

Vanmorgen stelde de federatie Sociaal Cultureel Werk 'Boekstaven 2011' voor, een mooi visitekaartje van het erkende en/of gesubsidieerde volwassenenwerk in Vlaanderen. Zo'n visitekaartje is nodig, want de sector ligt onder besparingsvuur. Nochtans is er in een snel veranderende risicomaatschappij juist nood aan meer vorming en bewegingswerk, en niet aan minder. Reflexieve burgers krijg je niet zomaar.

De kracht van het sociaal-cultureel volwassenenwerk is dat ze meer dan 190.000 vrijwilligers kan mobiliseren, een ongekend sociaal kapitaal. Tegelijk is het meer dan ooit de vraag de sector de groeiende groep van mensen van andere etnische afkomst voldoende bereikt. Migrantenorganisaties en zelforgansiaties geraken langzaam erkend. Maar interculturalisering van de traditionele organisaties blijft een pijnpunt, zeker voor een sector die participatie, burgerschap en sociale innovatie hoog in haar vaandel voert.

Enkele maanden terug schreef ik dat steden sneller interculturaliseren dan sociaal werk. Op de bijna uitsluitend witte autochtone studiedag vanmorgen vertaalde ik dit pleidooi naar het sociaal cultureel werk. Volgens het rapport heerst er in de sector een zekere 'interculturaliseringsmoeheid'. Nou moe... Als als er één sector is die zich dit niet mag en kan permitteren, is het toch sociaal cultureel werk? Zelforganisaties zijn de cruciale opstap, maar toch geen eindpunt?