Dominelli verbindt klimaatverandering en armoede

Nieuwe commentaar toevoegen

‘Armoede wordt de grote ramp van de nabije toekomst en sociaal werk kan het niet alleen oplossen. Daarom mijn oproep ‘Word wakker’. Ook de klimaatverandering is relevant voor sociaal werkers. Zij zien in de meest kwetsbare gemeenschappen hoe de leefsituatie van mensen evolueert, door beleidsbeslissingen of door het gebrek aan beleid. We hebben de plicht om de aard van de debatten te veranderen en een nieuwe taal ontwikkelen. Sociaal werkers zijn sterk in het mobiliseren van mensen. Laat ons dan mensen mobiliseren, ook beleidsverantwoordelijken en ondernemers. Laat ons een appel doen op hun verantwoordelijkheid. Laat ons onze macht gebruiken om de mensenrechten te effectueren.’

Lena Dominelli vertrekt daarbij van een generieke visie op sociaal werk. Ze vindt het belangrijk dat sociaal werkers de brede context begrijpen waarin ze werken. Alles wat sociaal werkers doen, is mee bepaald door de context en de tijdsgeest waarin ze hun werk verrichten. Kwaliteitsvol sociaal werk vereist dan ook inzicht in politiek, economie, sociale en culturele relaties. In de 21ste eeuw voegt ze daar niet alleen de crisis op de woonmarkt of de druk op investeringen in de welzijnssector aan toe, maar ook de klimaatcrisis en de grenzen van ons ecosysteem.

Dat vertelde Lena Dominelli, één van de grote dames van het internationaal sociaal werk, in een boeiend interview dat ik samen met Kristel Driessens met haar had. Haar boeken over sociaal werk zijn internationaal spraakmakend. Zopas verscheen ‘Green Social Work. From Environmental Crises to Environmental Justice’. Het volledige interview met haar verscheen zopas in het nieuwe nummer van Alert. U kan het artikel ‘Naar de kern van sociaal werk. Lena Dominelli op bezoek in Vlaanderen’ ook online nalezen.

Bij de overdracht van mijn OCMW-mandaat

Nieuwe commentaar toevoegen

In januari 2013 draag ik mijn mandaat als OCMW-raadslid in Antwerpen over aan Dirk Avonts, professor huisartsgeneeskunde aan de UGent. Hij was jarenlang huisarts en werkt nu wetenschappelijk in een interdisciplinair team dat expliciet aandacht heeft voor structurele armoede. Daarnaast is hij al jarenlang actief binnen Ademloos.

De wissel komt er op een moeilijk moment voor het OCMW. De OCMW-raad staat voor een sterke ruk naar rechts in het sociaal beleid in de volgende legislatuur, waar ik graag mee weerwerk tegen had gegeven. Maar net zoals bij andere partijen spelen er naast het belang van het OCMW ook andere en interne logica’s mee bij het aanduiden van mandaten. Een bijna volledige omwisseling van de OCMW-raad maakt het werk van sociaal werkers en leidinggevenden in de OCMW’s er echter niet gemakkelijker op.

Voor mij was het werk binnen de Antwerpse OCMW-raad de voorbije zes jaar ongemeen boeiend. Het was vaak ook confronterend. Sommige politieke visies op (mensen in) armoede staan mijlenver van een krachtgerichte bestrijding van armoede of een open en empowerende houding ten aanzien van de groeiende diversiteit. Voor de volgende legislatuur valt een verdere verharding duidelijk te verwachten. Toch blijft het Antwerpse OCMW één van de belangrijkste lokale instrumenten tegen armoede.

Als OCMW-raadslid kreeg ik de voorbije jaren meer dan ooit zicht op een grotendeels verborgen en snel veranderende stedelijke realiteit, met meer diversiteit en met meer gekleurde armoede. Die evolutie, en, de uitdagingen voor een interculturalisering van de hulpverlening, komen nog in te weinig studies en rapporten over armoede aan bod. Mijn ervaring en vele contacten met het werkveld wil ik de volgende jaren dan ook verder gebruiken en vertalen in mijn werk als lector in de opleiding Sociaal Werk op de Karel de Grote-Hogeschool en als lector en onderzoeker aan het Hoger Instituut voor Gezinswetenschappen.

Met het aflopen van mijn OCMW-mandaat zet ik eind dit jaar ook een punt achter een periode van 24 jaar als actief raadslid in Antwerpen, van 1989 tot einde 2012: na een korte periode als districtraadslid werd ik in 1990 voor bijna 17 jaar gemeenteraadslid, waarvan 2 jaar als schepen en 6 jaar als fractieleider. In 2007 begon ik aan deze legislatuur van 6 jaar als OCMW-raadslid. Meer dan de helft van mijn leven was ik als raadslid actief. Nu komt er tijd voor een adempauze...

Hoe ik terugkijk naar de OCMW-raad, wat de uitdagingen zijn voor de volgende periode, en ook… wat ik nu met al die vrijgekomen tijd ga doen? Daarover lees je hier binnenkort meer!

A-sociaal voor A

Nieuwe commentaar toevoegen

Is het nieuwe bestuursakkoord Sociaal voor A, of is het eerder A-sociaal? Het dreigt het tweede te worden, als ik het bestuursakkoord lees.

Eén van de goede punten is dat er opnieuw een armoedebeleidsplan komt. Maar met plannen alleen kunnen mensen in armoede niet leven, zeker niet als die plannen voortbouwen op dit bestuursakkoord. Want er zitten vele giftige adders tussen de voorstellen. Wat valt op na een eerste lezing?

Zo stuit al direct het stuk over huisvesting tegen de borst. Men onderschat de bevolkingsaangroei in de stad, en dus ook de wooncrisis die met de dag verergert. Het ontbreekt aan ambitie inzake sociale huisvesting als het gaat over extra capaciteit, terwijl dat één van de voorwaarden is om wonen voor iedereen betaalbaar te houden in een stad et sterke bevolkingsgroei. Ambitie inzake sociale huisvesting is er vooral inzake extra controle, fraudebestrijding of GAS-boetes. Ronduit a-sociaal is voorstel 65: de voorrangsregels van werkenden en gepensioneerden in de sociale huisvesting wil men uitbreiden naar het hele sociale woonpatrimonium. Concreet: moest dit er doorkomen, dan wordt aan de meerderheid van alle OCMW-cliënten de toegang tot sociale huisvesting ontzegd. Hun plaats op de wachtlijst is dan niet langer van tel, werkenden en gepensioneerden krijgen automatisch voorrang tot er een ‘gezonde’ sociale mix is. Niet alleen asociaal, maar ook niet haalbaar, omdat de het ook ingaat tegen de Vlaamse wooncode.

Ook het OCMW-luik leest als een erg eenzijdige benadering. Het OCMW moet terugplooien op zijn kerntaken, en mag er alleen zijn voor wie het écht nodig heeft. Alsof er vandaag zoveel mensen gesteund zouden worden die het niet écht nodig hebben. Maar wat men bedoelt: het OCMW mag er enkel nog zijn voor wie het volgens deze meerderheid écht verdiend. Het middeleeuwse onderscheid tussen de goede en slechte armen is meer dan ooit terug in onze stad en staat in het bestuursakkoord. Of hoe Dalrymple zijn pseudo-wetenschappelijk gescheld op mensen in armoede in deze stad als basis van beleid dreigt te worden gebruikt.

Geen woord over de noodzakelijke extra middelen voor OCMW of lokaal sociaal beleid in tijden van groeiende armoede. Geen uitbouw van sociale restaurants (of moeten we nu blij zijn dat de bestaande sociale restaurants niet gesloten worden?). Wat wel? Een nog strengere aanpak van mensen met een leefloon, met nog meer voorwaarden. Amper alternatieven voor mensen die niet meer activeerbaar zijn voor de arbeidsmarkt. Steun is tijdelijk, staat in de nota. Hooguit rest verplicht ‘vrijwilligerswerk’. Een goede activering op maat kan een deel van de mensen in armoede vooruit helpen, maar een doorgeslagen ‘voor wat hoort wat’-aanpak helpt mensen integendeel nog dieper in de put, als ze hun uitkering dreigen te verliezen nadat ze om een veelheid van redenen afhaken in een traject waar ze (nog) niet klaar voor zijn.

Wie de nota leest, vindt niet alleen tussen de lijnen, maar ook op de lijnen weinig respect voor A, vooral niet voor mensen in armoede en hun dagelijkse strijd. Het zullen de volgende weken en jaren harde discussies worden in de gemeenteraad en de OCMW-raad, om te zorgen dat de minimumvoorzieningen in deze stad voor iedereen blijven werken. Want anders dreigt de kracht van verandering voor vele mensen, zeker als ze onvoldoende Nederlands kennen in deze stad, de kracht van verarming te worden.

Waarden in sociaal werk

Nieuwe commentaar toevoegen

Professioneel sociaal werk vraagt meer dan sleutelen aan technieken en instrumenten. Ook morele en normatieve overwegingen moeten een plek blijven krijgen op de werkvloer. Dat vraagt van professionals om voortdurende reflectie: op hun maatschappelijke rol, op hun relatie met de mensen voor wie ze werken, op de morele en politieke werking van hun vakkennis. Want hulpverleners nemen voortdurend normatieve en moreel geladen keuzes in de spanningsvelden waarmee ze geconfronteerd worden. Normatieve professionaliteit vraagt ruimte voor aspecten van de leefwereld van wie hulp vraagt in de systeemwereld van organisaties. Het vraagt om echte aandacht en presentie in relatie tot cliënten. Maar het vraagt ook inspanningen ten aanzien van de organisatie en de samenleving waarin ze werken: een streven om deze te humaniseren, om sociale rechten te handhaven en uit te breiden en een inzet voor maatschappelijk verantwoord ondernemen.

Zo verwoordde de Nederlandse socioloog en filosoof Harry Kunneman in 2007 zijn denken over professionalisering in het sociaal werk in een gastcollege in Antwerpen. In Alert schreef ik er begin 2008 samen met Kristel Driessens een artikel over, onder de titel ‘Normatieve professionaliteit in het sociaal werk’. Vandaag bleek dit op het congres van het jeugdwelzijnswerk van Uit De Marge nog steeds inspirerend en actueel, misschien zelfs actueler dan toen. Het zegt iets over deze tijd…

In gesprek met Lena Dominelli over sociaal werk

Nieuwe commentaar toevoegen

‘We moeten weg van de focus op de undeserving poor’, stelt Lena Dominelli. ‘Zeker in deze tijden van economische crisis moeten we meer samenwerken en de realiteit van ‘interdependentie’, van onderlinge afhankelijkheid onder ogen durven zien.’ Sociaal werkers kunnen burgers en beleidsverantwoordelijken mee bewustmaken van deze realiteit en hen alternatieven presenteren, bepleit Dominelli.

‘Sociaal werkers moeten de onderlinge afhankelijkheid van individuele en sociale structuren begrijpen, verduidelijken en zichtbaar maken. Waarom zien we vandaag enkel dat we individuele uitkeringen betalen met belastingsgeld? Waarom zijn we ons minder bewust van alle subsidies die een overheid geeft aan bedrijven? De bijstandsverlening voor individuen wordt geviseerd terwijl we de bijstandsverlening aan het bedrijfsleven niet in vraag stellen.’

Dat vertelde Lena Dominelli, één van de grote dames van het internationaal sociaal werk, in een boeiend interview dat ik samen met Kristel Driessens met haar had. Lena Dominelli lag mee aan de basis van de huidige internationale definitie van sociaal werk en is professor toegepaste sociale wetenschappen aan de Universiteit van Durham (Groot-Brittannië). Haar boeken over sociaal werk zijn internationaal spraakmakend en zopas verscheen ‘Green Social Work. From Environmental Crises to Environmental Justice’. De rest van het interview met haar leest u eind dit jaar in het nieuwe nummer van Alert.