Afscheid van de gas...

Nieuwe commentaar toevoegen

Vandaag stop ik na twaalf jaar als voorzitter van IGAO, de gasintercommunale in Antwerpen en 30 omliggende gemeenten. Een boeiende periode. Iets wat ik graag heb gedaan en waar ik tevreden op vele milieu- en sociale realisaties terugkijk. Maar ik blijf tegelijk meer dan ooit kritisch naar de sector. Ook op de afsluitende algemene vergadering vandaag. Een slotspeech met drie kritische noten.

Voor mij is de liberalisering van de energiemarkt een mislukking. Positief was het openbreken van monopolies van Electrabel. Maar dit gebeurde slehts beperkt voor de verkoop van energie, bijna niet voor de productie en/of invoer van energie. Voor vele consumenten betekent liberalisering meer onoverzichtelijkheid. De inkomsten van de gemeenten aan dividenden zijn met de liberalisering zeer sterk gedaald, zonder evenredige prijsdalingen voor de consumenten. De winsten verschoven naar de productie en of invoer van gas, naar de commerciële energiebedrijven en naar tussenstructuren.

Sociaal kwetsbare gezinnen dreigen vandaag als geen ander de prijs van de liberalisering te betalen. Het aantal mensen met energieschulden stijgt onrustwekkend. De gemengde intercommunales hebben nu al meer dan 70.000 klanten die door de Electrabels en Nuons van deze wereld zijn ‘gedropt, lees afgesloten. Bovendien hebben mensen nu vaak dubbele of drievoudige schulden. Ze bouwen eerst schulden op bij de commerciële leveranciers. Agressieve verkoopstechnieken en klantonvriendelijke callcenters doen mensen soms van energieleverancier veranderen zonder dat ze het goed beseffen. Onderramingen van voorschotten als verkoopsstrategie leiden tot zware schulden bij meteropnames. Vervolgens worden ze daar afgesloten en neemt IGAO haar taak op als sociale leverancier. Voor een aantal gezinnen ontstaat dan een tweede schuld. Voor de schuld bij IGAO bestaat een sociale begeleiding via de Lokale Adviescommissies, samen met het OCMW. Maar tegelijk ontvangen vele van deze mensen nog hoge facturen voor de schulden bij hun vroegere commerciële leverancier. Tenslotte volgt – voor electriciteit – dan vaak nog en derde schuldopbouw binnen de budgetmeter.

De rol van intercommunales als sociale leverancier zal de volgende jaren verder toenemen, vrees ik, zeker in de steden. De intercommunales moeten samen met de gemeentebesturen en OCMW’s deze rol maximaal invullen. Het succesvolle pilootproject dat ik met IGAO en IMEA in Antwerpen op poten zette om de energiefactuur bij kwetsbare gezinnen te doen dalen, verdient dan ook zeer sterke uitbreiding.

Verder moet de hele energiesector de inspanningen inzake rationeel energieverbruik drastisch opdrijven. De voorbije zes jaar hebben de intercommunales inspanningen gedaan via premies en energie-advies. Bijna 3 miljoen euro aan premies, audits en sensibilisering de voorbije twee jaar in IGAO en IMEA. Maar de recente klimaatrapporten leren dat veel meer nodig is om de uitstoot van broeikasgassen drastisch te doen dalen.

Ook hier schiet de regelgeving vandaag te kort. De Vlaamse overheid legt veel te lage doelstellingen op inzake energiebesparing tegenover de noodzakelijke inspanningen om de klimaatopwarming tegen te gaan. Bovendien werkt het systeem van ‘banking’ remmend: wanneer een intercommunale betere resultaten realiseert op het vlak van energiebesparing, mogen deze worden overgedragen naar volgende jaren. Dan moet men volgend jaar minder doen… (sic) Terwijl we in ons land de Kyotodoelstellingen niet eens halen! Hier moet worden gedacht aan slimme beloningssystemen die energie-intercommunales stimuleren om het beter te doen dan de norm. Vandaag speelt het omgekeerde: de federale overheid beknibbelt op de kosten die distributienetbeheerders doen op het vlak van energiebesparing wanneer ze verder gaan dan de beperkte verplichtingen die de Vlaamse overheid oplegt. Dat is pas pervers! Gezien de beperkte tijdshorizon die rest om de klimaatopwarming nog te kunnen beperken, zullen op dit vlak veel sterkere inspanningen nodig zijn. Een meer stimulerende Vlaamse en federale overheid is cruciaal om intercommunales te verplichten om meer te doen, en om ze te belonen wanneer ze verdere stappen willen zetten.

Antwerpen binnenkort niet meer van iedereen?

Nieuwe commentaar toevoegen

De stadsvlucht is gekeerd: de voorbije zes jaar kende Antwerpen opnieuw een duidelijke bevolkingsaangroei. Da’s goed nieuws. De drie klassieke partijen van het huidige stadsbestuur willen meer jonge gezinnen aantrekken. Da’s perfect, op één voorwaarde: dat het geen sociale verdringing oplevert, waarbij sociaal zwakkeren uit bepaalde wijken of zelfs uit de stad drijft. En daar wringt nu net het schoentje…

Het vorige bestuursakkoord - met Groen! in de meerderheid – voorzag 4.000 nieuwe sociale woningen, een aantal dat bijna is gehaald. Nu zijn er geen streefcijfers meer over nieuwe sociale woningen in de stad. Volgens het bestuursakkoord moeten eventuele sociale woningen bij voorkeur buiten de stad komen. In de stad wil dit bestuur niet voor er een sociaal huurbesluit is dat toelaat de inkomensgrenzen op te trekken, en dan nog enkel in wijken waar er minder dan gemiddeld zijn.

Dit stadsbestuur wil dus een rem op de aangroei van sociale woningen, terwijl men de doelgroep wil verruimen, en dus de zwaksten zal verdringen. Men geeft prioriteit aan een woonbeleid voor de middengroepen, met verdringing als gevolg. Zwakke groepen worden uit de markt en uit de stad geprezen. Eén alternatief, met name meer sociale woningbouw, staat onder druk. De angst voor kleur en gettovorming leidt tot verdringingsbeleid.

De voorbije weken schreef ik een artikel over het keren van de stadsvlucht, over sociale stadsontwikkeling, over hoe onze steden kunnen uitgroeien tot emancipatiemachines en hoe ze kosmopolitisch worden. Het verschijnt eerstdaags in Ruimte en Planning. Het staat vanaf vandaag ook hier.