Stel dat klimaatopwarming of radio-activiteit zou jeuken…

Nieuwe commentaar toevoegen

Gisteren voerden we campagne in het Tivoli-park in Mechelen. Vele honderden mensen genoten van het optreden van Bart Peeters en van een afvalarme picknick: een sensibilisering rond afvalvoorkoming. En opnieuw: vele mensen vertellen dat ze nu wel ecologisch willen stemmen. Het klimaat wordt stilaan concreet, met het weerbericht de voorbije maanden.

Maar dat weerbericht zorgt ook voor een merkwaardige paradox. ‘Het is te hopen dat het deze week nog heel warm wordt, dan gaan de mensen zeker Groen! stemmen…’. De laatste dagen hoorde ik deze aanmoediging geregeld. Een enkeling wenste ons zelfs goedbedoeld een halve zondvloed toe, zodat het duidelijk zou worden... De aanmoediging leert hoe mensen worstelen met abstracte gegevens en wetenschappelijke kennis. Klimaatwetenschappers hebben onmiskenbaar en haast unaniem de opwarming vastgesteld. Hun boodschap is duidelijk: we moeten nu ingrijpen, we hebben nog maximum 10-15 jaar om met duidelijke ecologische keuzes de opwarming binnen de perken te houden.

En toch willen we het niet helemaal geloven. ’t Is te hopen dat het de volgende dagen warm wordt…, zeggen ze dan. Bedoeld wordt: het is te hopen dat mensen eindelijk de wetenschap willen geloven. Dat de oude vormen, gedachten en gewoonten toelaten nieuwe evoluties te zien. Na de kernramp in Tchernobyl schreef de Duitse socioloog Ulrich Beck (voor mij één van de meest interessante sociologen van vandaag): stel je voor dat radio-activiteit zou jeuken, het gevolg van de radio-actieve wolk ook over Europa had anders verlopen, ook met de achterhoedegevechten rond kernenergie vandaag. Beck parafraserend: stel je voor de dat opwarming van onze aarde mensen jeuk zou geven… Het gevoel van dringendheid zou groter zijn, bij de andere partijen en bij de bevolking. Zullen we het ons even voorstellen voor 10 juni, het debat in een wereld waar mensen van radio-activiteit en klimaatopwarming jeuk zouden krijgen… Nu terug naar de werkelijkheid: ook zonder jeuk, een warme week of een halve zondvloed: de conclusies van wetenschappers maken de keuze logisch.

Hoop op papieren

Nieuwe commentaar toevoegen

Een alternatief bieden voor de oprukkende sociale verkilling, de oprukkende armoede en ongelijkheid, da’s mijn campagnethema bij uitstek, naast de opwarming van de aarde. Eén van de groepen die het het moeilijkst hebben in onze samenleving, zijn mensen zonder papieren. Daarom ging ik vanmiddag ook langs in het Harmoniepark, op de manifestatie van HOP, of Hoop op Papieren. De Sint-Egidiusgemeeschap was één van de initiatiefnemers. Mensen afkomstig uit de hele wereld, wonend in onze stad of soms in een omliggende gemeente, vaak met kinderen hier op school. Maar officieel bestaan ze niet, mogen ze niet werken, hebben ze ook geen recht op steun, hooguit p dringende medische hulpverlening.

Een vorm van regularisatie voor wie hier al jaren verblijft, of wiens dossier in procedures is blijven hangen, is dan ook, nodig. Een humane amnestie zeg maar, na de fiscale amnestie de voorbije jaren. Ondanks een stevige regenbui was het een warme samenleving in het Harmoniepark vanmiddag. Aan dit soort solidariteit wil ik graag mee een politieke stem geven. Zodat 't stad van iedereen wordt die er woont, en er geen vele honderden, waarschijnlijk zelfs meer mensen verdoken moeten overleven.

Met of zonder hoofddoek: ’t Stad is van iedereen

Nieuwe commentaar toevoegen

Met haar eenzijdige dresscode heeft de klassieke tripartite in de stad zonder veel nadenken een stellingenoorlog over integratie, neutraliteit, respect en diversiteit gelanceerd. Een snelle flinkse maatregel komt als een boemerang terug. Niet alleen allochtonen voelen zich geviseerd dat men aan een stadsloket of in een kindercreche geen HIV-speldje, keppeltje, hoofddoek of geëngageerd T-shirt meer zou mogen dragen. Het toont de verkramptheid aan van het huidige bestuur tegenover de groeiende diversiteit in onze stad.

Tom Lanoye zette de angst als geen ander in de kijker. Ondertussen groeit het verzet en het ongenoegen. Dit stadsbestuur creëerde een probleem in plaats van samenleven te bevorderen. Diversiteit mag ook aan een gewoon stadsloket of in de creche (wat iets anders is dan een sticker of speld van een politieke partij, zoals vroeger er ‘gelen’ en ‘roden’ waren aan de stad).

Groen! kiest voor een open samenleving. We maken ons immers zorgen over het feit dat in Antwerpen bijna alle partijen het rechtse discours overnemen dat stelt dat mensen van andere culturen hier alleen kunnen leven als ze zich voor 100% aanpassen. De wijze waarop college en burgemeester de allochtone gemeenschap in Antwerpen schofferen door de hoofddoek op steeds meer plaatsen te verbieden, is een treffend voorbeeld. Dit voorbeeld inspireert nu ook andere gezagsdragers, zoals rechters of tuchtmeesters in scholen.

Groen! is het niet eens met het discours van de burgemeester over neutraliteit in het openbaar domein. Groen! vindt dat religie en levensovertuiging een zichtbare plaats mogen hebben in onze samenleving. Daarom voerden Meyrem Almaci, Fatima Bali, Mieke Vogels en Ikrame Kastit vandaag actie met een affiche-campagne voor het recht op vrije keuze.

Voor de duidelijkheid: ik ben geen voorstander van hoofddoeken of andere religieuze of levensbeschouwelijke symbolen. Ook Groen! is niet voor of tegen de hoofddoek. We spreken ons uit voor de vrije keuze, voor het recht om je identiteit te behouden, ook in overheidsdienst.

Verboden dreigen vooral de allochtonen meisjes en vrouwen zelf te treffen. Ofwel gaat het om zelfbewuste moslima’s die men het recht op een stuk zelfexpressie ontzegt. Ofwel gaat het om meisjes/vrouwen die onder druk staan om een hoofddoek te dragen, maar die door een verbod dreigen kansen op scholing of werk te verliezen. Door de hoofddoek tot een symbool te verheffen, heeft het stadsbestuur het debat gepolariseerd. En wordt de aandacht afgeleid van de noodzaak aan positieve acties in huisvesting, onderwijs en werk. Dat dit stadsbestuur zich daarmee bezig houdt. In plaats van een uitzichtloze symbolenstrijd te voeren. Groen! vraagt dan ook dat de eenzijdige dresscode wordt ingetrokken. De affiche wil dat duidelijk maken.

En omdat dit debat over de dresscode van de stad, over keuzevrijheid, neutraliteit en respect met gegronde argumenten moet worden gevoerd, in bijlage nog een sterk en genuanceerd opiniestuk van Rik Pinxten dat op 15 mei in De Morgen verscheen.

Bijlagen
AFFICHE_DIVERSITEIT.jpgAFFICHE_DIVERSITEIT.jpg
Tom Lanoye en de vrijzinnige humanist.docTom Lanoye en de vrijzinnige humanist.doc

Tom Lanoye en de dresscode van 't stad

Nieuwe commentaar toevoegen

Tom Lanoye, nee juister, doctor honoris causa Tom Lanoye, hekelde vorige week op zijn eigen wijze de dresscode van de stad, bij de uitreiking van de ere-doctoraten, ook aan de Antwerpse stadsdichters. Van hoofddoeken tot HIV-speldjes, neutraliteit verdringt de diversiteit, grijsheid de gekleurde realiteit.

Tom Lanoye goes Zola, zeker in volgend citaat: "Luister, ik vind die hoofddoek een onding, hoor - en ik weet waarover ik het heb. Ik ben in mijn prilste jeugd opgevoed door nonnen in, zeg maar, zware sluiervorming. Ik ben net zo goed een ketter zo groot als een kathedraal geworden. Ik wil dan ook met de hoofddoek kunnen lachen. Ik wil zijn nut betwijfelen. Ik wil hem zien als symbool van mogelijke onderdrukking, net zo goed als de kanten sluier die hoort bij de witte bruidsjapon waarin nog steeds menige bruid het stadhuis betreedt, zonder dat er een seculiere haan naar kraait.
Maar ik wil één ding nooit, juist vanwege - vooruit met de grote woorden - onze Europese principes, rechten en vrijheden, onze erfenis uit de verlichting waarvan deze universiteit een bastion is. Ik wil die hoofddoek niet verbieden. Zeker niet waar zo'n verbod alleen maar contraproductief werkt, omdat het van die hoofddoek een symbool zal maken van cultureel, politiek en sociaal verzet, los van het religieuze, dat er alleen maar fanatieker op zal worden. En omdat de consequenties van zo'n verbod onze stad reduceren tot een kostschool uit de jaren vijftig. Met navenant kledingreglement."

In de stad groeit het debat, bij allochtonen de woede om de nodeloze provocatie, bij sommigen in de meerderheid en in de wandelgang aarzelend de spijt voor hun politieke platheid, waarbij ze wel goedkeurden waar ze in feite tegen zijn. Lees in bijlage het volledige stuk van Tom Lanoye vandaag in De Morgen en De Standaard.

Bijlagen
Tom Lanoye Het gala-uniform van het westerse denken.docTom Lanoye Het gala-uniform van het westerse denken.doc

Afscheid van de gas...

Nieuwe commentaar toevoegen

Vandaag stop ik na twaalf jaar als voorzitter van IGAO, de gasintercommunale in Antwerpen en 30 omliggende gemeenten. Een boeiende periode. Iets wat ik graag heb gedaan en waar ik tevreden op vele milieu- en sociale realisaties terugkijk. Maar ik blijf tegelijk meer dan ooit kritisch naar de sector. Ook op de afsluitende algemene vergadering vandaag. Een slotspeech met drie kritische noten.

Voor mij is de liberalisering van de energiemarkt een mislukking. Positief was het openbreken van monopolies van Electrabel. Maar dit gebeurde slehts beperkt voor de verkoop van energie, bijna niet voor de productie en/of invoer van energie. Voor vele consumenten betekent liberalisering meer onoverzichtelijkheid. De inkomsten van de gemeenten aan dividenden zijn met de liberalisering zeer sterk gedaald, zonder evenredige prijsdalingen voor de consumenten. De winsten verschoven naar de productie en of invoer van gas, naar de commerciële energiebedrijven en naar tussenstructuren.

Sociaal kwetsbare gezinnen dreigen vandaag als geen ander de prijs van de liberalisering te betalen. Het aantal mensen met energieschulden stijgt onrustwekkend. De gemengde intercommunales hebben nu al meer dan 70.000 klanten die door de Electrabels en Nuons van deze wereld zijn ‘gedropt, lees afgesloten. Bovendien hebben mensen nu vaak dubbele of drievoudige schulden. Ze bouwen eerst schulden op bij de commerciële leveranciers. Agressieve verkoopstechnieken en klantonvriendelijke callcenters doen mensen soms van energieleverancier veranderen zonder dat ze het goed beseffen. Onderramingen van voorschotten als verkoopsstrategie leiden tot zware schulden bij meteropnames. Vervolgens worden ze daar afgesloten en neemt IGAO haar taak op als sociale leverancier. Voor een aantal gezinnen ontstaat dan een tweede schuld. Voor de schuld bij IGAO bestaat een sociale begeleiding via de Lokale Adviescommissies, samen met het OCMW. Maar tegelijk ontvangen vele van deze mensen nog hoge facturen voor de schulden bij hun vroegere commerciële leverancier. Tenslotte volgt – voor electriciteit – dan vaak nog en derde schuldopbouw binnen de budgetmeter.

De rol van intercommunales als sociale leverancier zal de volgende jaren verder toenemen, vrees ik, zeker in de steden. De intercommunales moeten samen met de gemeentebesturen en OCMW’s deze rol maximaal invullen. Het succesvolle pilootproject dat ik met IGAO en IMEA in Antwerpen op poten zette om de energiefactuur bij kwetsbare gezinnen te doen dalen, verdient dan ook zeer sterke uitbreiding.

Verder moet de hele energiesector de inspanningen inzake rationeel energieverbruik drastisch opdrijven. De voorbije zes jaar hebben de intercommunales inspanningen gedaan via premies en energie-advies. Bijna 3 miljoen euro aan premies, audits en sensibilisering de voorbije twee jaar in IGAO en IMEA. Maar de recente klimaatrapporten leren dat veel meer nodig is om de uitstoot van broeikasgassen drastisch te doen dalen.

Ook hier schiet de regelgeving vandaag te kort. De Vlaamse overheid legt veel te lage doelstellingen op inzake energiebesparing tegenover de noodzakelijke inspanningen om de klimaatopwarming tegen te gaan. Bovendien werkt het systeem van ‘banking’ remmend: wanneer een intercommunale betere resultaten realiseert op het vlak van energiebesparing, mogen deze worden overgedragen naar volgende jaren. Dan moet men volgend jaar minder doen… (sic) Terwijl we in ons land de Kyotodoelstellingen niet eens halen! Hier moet worden gedacht aan slimme beloningssystemen die energie-intercommunales stimuleren om het beter te doen dan de norm. Vandaag speelt het omgekeerde: de federale overheid beknibbelt op de kosten die distributienetbeheerders doen op het vlak van energiebesparing wanneer ze verder gaan dan de beperkte verplichtingen die de Vlaamse overheid oplegt. Dat is pas pervers! Gezien de beperkte tijdshorizon die rest om de klimaatopwarming nog te kunnen beperken, zullen op dit vlak veel sterkere inspanningen nodig zijn. Een meer stimulerende Vlaamse en federale overheid is cruciaal om intercommunales te verplichten om meer te doen, en om ze te belonen wanneer ze verdere stappen willen zetten.