'We consumeren ons kapot' gisteren voorgesteld

Nieuwe commentaar toevoegen

Gisteren stelde ik in de Antwerpse Permeke-bibliotheek mijn nieuwe boek ‘We consumeren ons kapot’ voor. Ruim 70 vrienden, kennissen, collega’s, studenten en andere geïnteresseerden kwamen luisteren naar de krachtlijnen van het boek. Maar eerst verzorgde Jos Geysels de inleiding van het boek, in zijn gekende gevatte stijl. Een fragment van zijn inleiding vind je hieronder:

"In de grote steden van de omgekeerde wereld is lopen gevaarlijk en ademhalen een waagstuk. Wie niet de gevangene is van de behoefte is de gevangene van de angst: sommigen slapen niet door het verlangen naar de dingen die zij niet hebben en anderen slapen niet door de angst de dingen kwijt te geraken die ze hebben." Dat schrijft Eduardo Galeano in zijn boek ‘Ondersteboven’.

Een betere inleiding van het boek ‘We consumeren ons kapot’ van Dirk Geldof zal je vandaag niet horen. Want Dirk Geldof heeft het over de paradoxen van ons huidige consumptiegedrag, van de tegenstellingen tussen de drang naar meer en de feitelijkheid van minder, tussen de groeiende kloof tussen het ervaren van geluk en het opstapelen van goederen, tussen ‘The pursuit of happiness’ van de Amerikaanse onafhankelijkheidsverklaring en de toenemende afhankelijkheid van de markt, haar goederen en haar dromen.

Vanuit deze paradoxen en tegenstellingen staan we voor een keuze, schrijft Geldof. "Dit decennium staan we op een kruising. Twee wegen en twee werelden liggen voor ons open. De hoofdweg leidt ons verder naar een wereld van nog-meer-dan-vandaag-en-minder-dan-nooit-genoeg. Een wereld van hyperconsumptie. (...) De andere weg is die naar een andere wereld waar mensen kunnen genieten van de overvloed door een notie van genoeg."

Geldof houdt van tegenstellingen en de daarmee verbonden keuzes. In zijn vorig boek ‘Onthaasting’ (uit 2001) stelde hij vast dat wij "te midden van overvloed leven maar geen tijd hebben om ervan te genieten". En in ‘Niet meer maar beter’ (uit 1999) hield hij een pleidooi voor een zorgvuldige zelfbeperking als correctie op de manier van produceren en consumeren die aan de basis ligt van de risicomaatschappij.

Dit boek is in die zin een slot van een drieluik waarin begrippen als ‘genot’, ‘levenskwaliteit’ en ‘geluk’ wel centraal staan, maar niet als moralistische categorie worden gebruikt. En dat is belangrijk, ik heb altijd al een hekel gehad aan hogepriesters die de mensheid willen opleggen wat zij onder het goede leven verstaan of vrije-tijds-ethici die hardwerkende mensen met een schuldgevoel willen opzadelen omdat ze ook eens met een vliegtuig naar Benidorm reizen.

Dirk Geldof laat zich gelukkig niet leiden tot een enge vorm van ‘life politics’, één van die vertalingen van het individualiseringsproces in de samenleving. In zulke ‘life politics’ gaat men eerder op zoek naar biografische oplossingen voor maatschappelijke problemen dan naar maatschappelijke oplossingen voor individuele problemen, wat kenmerkend is (was?) voor de moderne democratie.

Hij tracht in zijn kritiek op het consumentisme een verbinding te leggen tussen de ‘leefwereld’ en de ‘systeemwereld’, tussen economische wetmatigheden en de gewoonten van het koopgedrag. Zonder dat verband dreigt kritiek op de consumptiemaatschappij, zoals die in de jaren zeventig reeds werd geformuleerd, beperkt te blijven tot een vrijblijvende bezigheid of gezeur van conservatieve cultuurfilosofen.

Soms gaan gewoonten dromen vervangen, zei de filosoof. De gewoonte van consumeren vervangt deze dromen. Maar dromen, zei Lacan, dienen juist om het onbereikbare te verlangen, dat wat anderen ook hebben. De droom van de consument vervangt het ideaal van de burger. Die wordt een consument van politiek, schrijft Richard Sennett.

De publieke ruimte lijkt voorbehouden voor de consument die uit een gigantisch aanbod van producten, diensten en voorzieningen zijn keuze moet maken. Op de markt is er een inflatie-keuze. Tegelijkertijd wordt de burger keuzes onthouden op de vlakken die er werkelijk toe doen: wie beslist er op de werkvloer, over de economie, .... "In plaats van meer zeggenschap over het eigen leven en daarmee geluk, leidt de keuzemaatschappij tot onzekerheid", aldus Koen Haegens in ‘De Groene Amsterdammer’.

Dirk Geldof confronteert de economie en haar producten dus met haar eigen uitgangspunten en doelstellingen. Waar blijft de autonomie van het individu als zij toch allemaal voor hetzelfde kiezen? "We are all individuals" maar we kiezen voor de kudde. Geldof wil meer "ruimte en keuzevrijheid voor levensstijlen die minder dominant door de logica van de markt worden gestuurd". ‘It's the economy stupid’. Goed dat het ook ééns door een ecologist wordt gezegd. (Jos Geysels, fragment uit zijn inleiding op de boekvoorstelling in Permeke op 29 september 2007)

Volgende zondag, op 7 oktober volgt een debat op Het Andere Boek met John Vandaele en Dirk Barrez.

Bijlagen
Dirk Geldof maakt brandhout van onze collectieve koopwoede.docDirk Geldof maakt brandhout van onze collectieve koopwoede.doc
2007 10 04 DNG HLN verplichte lectuur voor shopaholics.doc2007 10 04 DNG HLN verplichte lectuur voor shopaholics.doc

We consumeren ons kapot, een opiniestuk in Mo-Magazine

Nieuwe commentaar toevoegen

Vandaag verscheen in Mo-magazine een kort opiniestuk dat de teneur van het boek weergeeft. Voor wie niet kan of wil wachten op het boek, op de boekvoorstellingen van zaterdag 29 september in Permeke, of op het debat op 7 oktober op Het Andere Boek, hieronder de opiniebijdrage in Mo-magazine:

“We consumeren ons kapot, te midden van onze ongekende rijkdom, zonder dat meer consumptie ons geluk nog verhoogt. Dat is onze paradoxale toestand in de 21ste eeuw, de eeuw van de hyperconsumptie.

Onze ecologische voetafdruk is onhoudbaar. We consumeren alsof we vier planeten hebben. De klimaatopwarming is slechts één van de alarmsignalen. Bovendien maakt de groeiende consumptie ons niet langer gelukkiger. De tevredenheid stijgt niet meer met de toename van onze materiële rijkdom. Mensen lopen tegen hun grenzen aan. Ze raken verstrikt in een eindeloze cyclus van werken en consumeren. Tijdsdruk en stress groeien. In die rat-race ontbreekt de tijd om te genieten van onze ongekende rijkdom. Het maakt ons economisch gedrag irrationeel, onze economie inefficiënt. We staren ons als boekhouders blind op het BNP, op de omzet van ons land, zonder de uitputting van de planeet of de druk op ons welzijn te verrekenen.

Afkicken van onze consumptieverslaving betekent niet stoppen met consumeren, wél duurzaam consumeren: binnen ecologische grenzen genieten van onze overvloed zonder anderen eenzelfde genot te ontzeggen. Het gaat om het herontdekken van sufficiëntie, een norm van genoeg. Van niets te veel stond boven de Apollotempel in Delphi.

Om onze ecologische voetafdruk te verkleinen, moet de eco-efficiëntie van wat we produceren en consumeren omhoog. Maar we consumeren de winst van eco-technologie onmiddellijk op als we onze consumptiepatronen niet aanpassen. Eco-efficiëntie werkt niet zonder sufficiëntie, zonder een norm van genoeg. Dat vraagt een andere levenshouding. De klassieke theorieën verheerlijken schaarste en stimuleren onze zogenaamd eindeloze behoeften. Een eigentijdse benadering vertrekt vanuit de ecologische grenzen en sociale rechtvaardigheid. Anders zal de verdelingsstrijd alleen verscherpen, zeker wanneer de ecologische impact van onze consumptie de levenskwaliteit bij ons en meer nog in het Zuiden verder aantast.

We moeten met schaarste leren leven als een deel van onze menselijke conditie. Noem het een duurzaam hedonisme. Niet meer maar beter, dat is de keuze voor een omslag van onze economie en onze consumptie.

Daarbij heeft iedereen een verantwoordelijkheid. Een samenleving bouw je immers niet op een eigen-ik-eerst-logica, op een consumentistisch nastreven van eigenbelang. We moeten opnieuw sterker als burger handelen, vanuit een rijker mensbeeld dan de huidige consu-mens. Een moreel appel is echter te vrijblijvend. Een andere economie overstijgt de mogelijkheden van individuele consumenten. Zo’n ecologische omslag vereist dat de overheid er maximaal op inzet, met oog voor de levenskwaliteit van de 21ste eeuw én voor grotere sociale rechtvaardigheid, in eigen land, mondiaal en tegenover volgende generaties. Het gaat er niet om meer mensen als consument te overtuigen om tegen de stroom in te zwemmen, het gaat om het veranderen van de stroomrichting. Kortom, duurzaam leren genieten van onze overvloed en ook anderen de kans geven ervan te genieten, vandaag en de volgende generaties. Anders consumeren we ons kapot.”

Dirk Geldof, We consumeren ons kapot. Uitgeverij Houtekiet. 2007, 200 p.

We consumeren ons kapot en de geur van verse inkt…

Nieuwe commentaar toevoegen

Sinds vanmiddag ruikt het in de gang thuis naar boeken. Verse boeken. Om maar te zeggen dat mijn nieuwe boek ‘We consumeren ons kapot’ gedrukt en verschenen is. Sommigen begrijpen dit misschien nooit, maar boeken hebben een zekere magie. Het vastnemen, bladeren, voelen , ruiken, dat alles kan een afgeprinte pdf van het internet nooit vervangen. En laat me eerlijk zijn: na jaren stukje voor stukje schrijven, schrappen en puzzelen geeft het een immens gevoel van voldoening om een eigen boek gedrukt te zien, zes jaar na mijn boek over Onthaasting. Met opnieuw dank aan de ploeg van uitgeverij Houtekiet voor de verzorgde uitgave.

Maar hoe leuk ook, de essentie is niet dat ik tevreden ben. Een boek moet gelezen worden. Nu moet het zijn weg vinden naar de boekhandels en naar de lezers. En niet te vergeten, naar de media als cruciale tussenschakel in een wereld van overvloed. Ook inzake boeken. Want met het boek wil ik het debat over onze onhoudbare consumptie en over intenser genieten van onze bestaand overvloed aanzwengelen.

Daarom bent u van harte uitgenodigd op de boekvoorstelling op zaterdag 29 september. Of op Het Andere Boek op zondag 7 oktober. Of gewoon, in de betere boekhandel!

Beleid voor een onzichtbare stad

Nieuwe commentaar toevoegen

Vandaag geen eigen blog. Omdat er in De Standaard een sterk opiniestuk verscheen van Veronique Grossi, coördinatrice van De8. Hierbij haar tekst, die ik met instemming ondersteun. We evolueren immers steeds meer naar een kosmopolitische stad, al durft het beleid niet volgen.

“In Antwerpen wonen 30.000 illegalen. Een onzichtbare stad die leeft volgens het recht van de sterkste. Vandaag is het wereldvluchtelingendag, een goed moment om een structureel beleid te vragen, zegt Veronique Grossi. Want er is meer nodig dan een repressief 'brandweerbeleid'.

Een citaat uit het Antwerps bestuursakkoord: 'Iedereen die hier op een legale manier woont, is een Antwerpenaar.' Eén zinnetje dat tienduizenden illegale 'Antwerpenaren' uitsluit. Op de internationale Wereldvluchtelingendag vragen we aandacht voor deze steeds sneller groter wordende groep. Men schat dat Antwerpen ongeveer 30.000 illegale 'Antwerpenaren' telt. In het beste geval worden ze als profiterende gelukszoekers gezien. In het slechtste geval als criminelen en lastposten. Het woord 'illegalen' is ondertussen zo beladen, dat we zouden vergeten dat illegalen ook (vaak economische) vluchtelingen zijn. Een illegale Antwerpenaar is geen echte Antwerpenaar. Dat betekent ook geen echt beleid. Maar 30.000 onzichtbare 'Antwerpenaren' zijn wel een realiteit.

Afgezien van het nuchtere feit dat mensen zonder wettig verblijf recht hebben op onderwijs en gezondheidszorg - niet volgens een handvol ngo's, maar volgens de Belgische grondwet, Europese en internationale mensenrechtenverdragen - is een stad sinds het Vlaams decreet voor minderheden in 1998 ook verantwoordelijk mee te werken aan een opvangbeleid voor mensen zonder papieren. Maar los daarvan moeten zelfs de grootste tegenstanders van een menselijk beleid voor illegalen zwichten voor één argument: de leefbaarheid van zijn stad.

Minimale aandacht en zorg voor deze verborgen groep van illegalen is in 'Ieders Belang'. Zonder toegang tot gezondheidszorg kunnen mensen ernstige ziektes oplopen en andere échte Antwerpenaren besmetten. Die echte Antwerpenaren willen trouwens ook in een veilige stad wonen. 30.000 mensen in je stad die officieel niet mogen werken, overleven op kleine of grotere criminaliteit, bedelarij, prostitutie en natuurlijk zwartwerk. Een grote groep armen, die het slachtoffer is van een groeiend netwerk van huisjesmelkers, betekent ook verkrotting.

Chaos kent zijn eigen regels. Een onzichtbare stad leeft volgens het recht van de sterkste. De brandjes in deze onzichtbare stad worden snel geblust of hardhandig onderdrukt met dure, grootschalige politieacties op de tram, langs de weg, van voordeur tot voordeur zelfs. Antwerpen en Vlaanderen hebben meer dan alleen een repressief 'brandweerbeleid' nodig. Daarom vragen wij op deze Wereldvluchtelingendag een structureel beleid.

Allerhande hulporganisaties krijgen dweilsubsidies om de ergste noden te lenigen, om de gevolgen van een brandweerbeleid op te dweilen. Maar wentelt een overheid zo haar wettelijke verantwoordelijkheid voor hulpverlening, opvang en oriëntering niet af op de particuliere sector? We krijgen geld van de overheid om te dweilen, maar diezelfde overheid bedient de kraan.

Een beleid dat geen illegalen creëert. Mensen mét wettige verblijfsdocumenten moeten vaak maanden wachten op een administratieve verlenging omdat stedelijke en federale diensten onderbemand zijn en hun bureaus ondergesneeuwd zijn met dossiers. Ondertussen is iemand die hier legaal was tijdelijk wel recht op steun, werk en opvang kwijt. Er zijn ook vluchtelingen die technisch onverwijderbaar zijn (omdat de ambassade in het thuisland niet meer functioneert of niet meewerkt) en dus vastzitten in een illegaal bestaan.

Een inclusief beleid dat de realiteit erkent. Wij vragen dat mensen zonder papieren net als 'alle' Antwerpenaren aan bod komen in het armoede-, gezondheids- en huisvestingsbeleid van een stad en niet in alle talen worden doodgezwegen.

Een beleid dat inspeelt op de huidige globalisering. Het huidige asiel- en migratiebeleid geeft geen efficiënt antwoord op de globale migratie, de globale realiteit. De EU-lidstaten hebben elk jaar 1,5 miljoen immigranten nodig om de kosten van de vergrijzing op te vangen. Het debat rond economische migratie is al gestart. Maar vergeten we daarbij niet dat hier al heel wat mensen zijn die de bestaande knelpuntberoepen in bouw, landbouw, fruitteelt, schoonmaak, huishoudelijke hulp nu al invullen in het zwart? Deze mensen eenmalig regulariseren volgens duidelijke en doorzichtige criteria zou al een oplossing bieden voor een aantal problemen.

In de scholen in Antwerpen-Noord is 40 procent van de kinderen illegaal. Ze spreken vaak beter Nederlands dan hun moedertaal, hebben langer in België gewoon dan in hun geboorteland of zijn zelfs in België geboren. Elke dag worden er enkele van hen 18 jaar en moeten ze volgens het huidige beleid het land binnen de vijf dagen te verlaten. Iets om over na te denken?

(Véronique Grossi is algemeen coördinator van het Antwerps minderhedencentrum de8. Het volledige voorstel voor een stedelijk opvangbeleid voor mensen zonder wettig verblijf vind je op www.de8.be)

Onzichtbaar en soms toch zichtbaar: mensen zonder papieren

Nieuwe commentaar toevoegen

Vanmiddag waren er in Brussel ruim 5.000 mensen aanwezig op de nationale manifestatie voor een rechtvaardig regularisatiebeleid. Vele duizenden mensen zonder papieren leven vandaag in een uitzichtloze situatie. Dat merk ik in het Antwerpse OCMW iedere week. Niet dat mensen zonder papieren er recht hebben op steun, daarvoor hebben ze eerst papieren nodig. Pas wanneer ze (al dan niet tijdelijk) papieren krijgen, leer je in welke omstandigheden ze in ons land hebben moeten overleven. Ondertussen hebben ze hooguit recht op dringende medische hulp, bijvoorbeeld bij een bevalling. En op voedselpakketten in de particuliere hulpverlening.

Als zij hun verblijf willen regulariseren moeten ze beroep doen op een vage wettelijke regeling die geen garantie geeft dat dossiers op een gelijke wijze en binnen een redelijke termijn behandeld worden. Groen! wil komaf met deze situatie om te vermijden dat de komende jaren weer een aaneenschakeling worden van hongerstakingen. Daarom is er nood aan een duidelijk wettelijk kader:
- de regularisatie van iedereen die langer dan 3 jaar in procedure is
- het inschrijven van regularisatiecriteria in de wet
- de oprichting van een regularisatiecommissie

De nieuwe generatie van ecologisten in kamer en senaat zullen dit thema hoog op de agenda houden nu de verkiezingen voorbij zijn. Zo gauw de nieuwe kamer samengesteld is zal Groen! een wetsvoorstel indienen. Ondertussen blijft het overleven in onze steden. De meest schrijnende armoede zit vandaag niet meer in de statistieken. Officieel bestaat ze gewoon niet. Zo eenvoudig is dat voorlopig. En hopelijk enkel voorlopig.