Welzijn in dienst van veiligheid, of het sociale heroveren?

Nieuwe commentaar toevoegen

Vanmiddag is het debat en feest. Het 100ste nummer verschijnt van Alert, het tijdschrift voor zorg en sociale politiek van het Pluralistisch Overleg Welzijnswerk (POW). Het 100ste nummer is meteen een speciaal nummer, zo hoort dat. Aan de hand van oude artikels vroeg men de toenmalige auteurs om een korte reactie op hun eigen stuk.

Zo publiceerde ik begin 2006 in Alert een bijdrage over Welzijnswerk in dienst van veiligheid, ten tijde van debatten over straatverboden en over huis-aan-huis-controles te Antwerpen. De controles zijn dankzij het terechte verzet bezoeken zonder politie maar met welzijnswerkers geworden. Is dit nog steeds actueel, was de vraag? Hieronder mijn korte bijdrage voor het 100ste nummer. Met felicitaties voor de hele redactie!

‘Welzijn in dienst van veiligheid’
“De sociale herovering gaat gepaard met een meer indringende interventie. Die aanpak is repressief, normerend en schuwt geen interventies in de private levenssfeer van mensen. Dit wordt is zichtbaar in het veiligheids- en integratiebeleid.
De welzijnssector moet zelf dringend werk maken van een meer offensieve visie op leefbare (en dus ook veilige) buurten en gemeenschappen. Die complementaire visie is broodnodig als tegengewicht voor het eenzijdig veiligheids- en overlastopbod”. (over ‘GEWAPENDE ZORG’ in Alert 2006/1)

Welzijn en normaliteit blijven actueel, want het eenzijdige opbod over veiligheid en overlast is de voorbije twee jaar rustig verder gegaan. De gemeenteraadsverkiezingen verscherpten het tot in de lokale bestuursakkoorden. Overlast heerst: van het lawaai van kinderen op speelpleinen tot hinderlijk rondhanggedrag. De regeringsonderhandelingen doen er een nieuw schepje justitie bovenop. Everberg staat model voor nog meer jeugdgevangenissen. Jeugdcriminaliteit wordt dé prioriteit van justitie. Wie let er bij zoveel spierbalgerol nog op de deskundige maar andersluidende adviezen ?

En heeft de sociale sector ondertussen zelf al een sociaal antwoord op de vaak reële samenlevingsproblemen in de stedelijke wijken? Geraken we in het debat over het samenleven van verschillende culturen al voorbij de wij-zij-polarisatie in ons denken? Wij zowel als zij…? Het blijft de vraag. Het blijft zoeken. ‘Straf de armen’, schreef Loïs Wacquant. Sommige nemen de provocerende titel iets te letterlijk, ondermeer in hun wat al te eenzijdig en dwingend activeringsbeleid.

Misschien moet sociale sector de komende jaren niet alleen de ‘wijken heroveren’, maar ook het denken over veiligheid. Misschien moeten we gewoon ‘het sociale’ heroveren. Welk mensbeeld zit er anno 2007 achter het welzijnswerk? Wordt welzijn stilaan een instrument in dienst van veilige normalisering? Eén, twee, drie, … tot tien, al wie afwijkt is gezien… Staan we in het sociaal werk open voor diversiteit, ook naar levensstijlen? Kan en mag het nog dat niet iedereen activeerbaar is? Is al wie afwijkt een autist? En is er ook voor hen een menswaardige plek in de samenleving?

Meer dan ooit draait het sociaal-politiek debat om de perceptie, het is een strijd om de agenda, om het woord en het beeld. Als we niet alert zijn wordt welzijn een instrument voor een maatschappij met minder overlast en geen hefboom voor meer solidariteit en vrijheid voor allen. Overlastbestrijding en middenklasserechten versus grondrechten en mensenrechten, ook voor mensen zonder papieren. Het is tijd om het denken over het sociale te heroveren." (verschenen in Alert, nummer 100, december 2007)

Het dikke ik...

Nieuwe commentaar toevoegen

Gisteren was er een bijzonder boeiende lezing van Harry Kunneman in de Masteropleiding sociaal werk van de universiteit Antwerpen. Volgens Harry Kunneman kent onze geïndividualiseerde en welvarende samenleving de opmars van het dikke-ik. Deze eigentijdse figuur openbaart zich in de openbare ruimte: in het verkeer, in treinen, in voetbalstadions, op straat, in wacht- en spreekkamers en in talloze tv-programma’s. Maar ook op het niveau van de locale en landelijke politiek en binnen het bedrijfsleven voelt het dikke-ik zich thuis in de gedaante van zich dik makende politici en zelfverrijkende managers.

Het dikke-ik neemt wat het nodig denkt te hebben en dat is heel wat. Het wil niet alleen steeds meer consumeren maar eist ook erkenning van zijn handelingsvrijheid en respect voor zijn hoogst individuele opvattingen en verlangens. Dit leidt tot voortdurende wrijvingen met anderen, waardoor het dikke-ik verwikkeld is in een permanente concurrentie- en prestatieslag.

De opmars van het dikke-ik manifesteert zich volgens Kunneman op drie niveaus: op persoonlijk niveau, op het niveau van groepen en organisaties en ten slotte op het niveau van de planeet waar de menselijke soort zozeer uitdijt en zoveel rotzooi om zich heen verspreidt, dat de mogelijkheid van catastrofale ontwikkelingen opdoemt.

De verleiding tot dikke-ik gedrag valt in de eerste plaats te begrijpen vanuit alle verleidingen die de postindustriële consumptiemaatschappij voor steeds meer mensen produceert. Consumptieve overdaad is de kern van het leven van vele mensen. Wat dat betreft komt spoort het boek van Kunneman tot dezelfde besluiten en kritieken als 'We consumeren ons kapot'.

Wat moeten wij nu doen om voorbij dat dikke-ik te komen? De toenemende welvaart lijkt eerder een honger naar meer te stimuleren dan tot tevredenheid te leiden. Het dikke-ik is welvaren én ontevreden. Is een bestaan dat vooral uit presteren, concurreren en consumeren bestaat, in een samenleving die verhardt, alle moeite wel waard? Is dit het beste wat wij onszelf en toekomstige generaties te bieden hebben?

Harry Kunneman maakt bewust waar wij mee bezig zijn en wat de oorzaak is van onze onbegrensde behoeften en ontevredenheid. Hij reikt ons bouwstenen aan voor een zinvol en menswaardig leven in deze postindustriële samenleving waarin het dikke-ik zijn opmars voortzet. In naam van welke waarden kunnen de autonomie en onverzadigbaarheid van het dikke-ik in het dagelijks leven begrenst worden zonder diens eigenheid geweld aan te doen? Deze vraag beantwoordt hij vanuit een kritisch-humanistisch perspectief met behulp van de begrippen diepe autonomie, horizontale transcendentie, normatieve professionaliteit en maatschappelijk verantwoord organiseren. En bij dit alles hebben maatschappelijk werkers en welzijnsorganisaties een cruciale rol en een laboratoriumfunctie, besloot Kunneman gisteren voor de studenten sociaal werk. Een boodschap om mee te nemen.

Meer lezen? Zie Harry Kunneman, Voorbij het dikke-ik, Uitgeverij SWP (Amsterdam), 2005, 287 p., of een beknopte samenvatting op de webstek van Liberales.

Armoede en rijkdom, opwarming en verkilling, een wereld van contrasten

Nieuwe commentaar toevoegen

Het was een week van contrasten tot nu toe. Dinsdagmorgen lag in de Antwerpse OCMW-raad de begroting voor 2008 voor. Het stadsbestuur weigerde om het OCMW de nodige middelen te geven om het sociaal beleid verder uit te bouwen, voor al wie kwetsbaar is in onze stad. Op sociaal vlak weegt de stadsbegroting ondraaglijk licht, schreef ik al eerder. Zo blijven het recht op een waardig bestaan, op een kwaliteitsvolle woning of op werk voor vele mensen een onbereikbare droom. Het OCMW maakt in grote lijnen juiste keuzes, maar krijgt onvoldoende keuzeruimte van dit stadsbestuur om haar werk te doen. Er zijn meer middelen nodig om het hoofd te bieden aan de groeiende dualisering in onze stad. Ik heb me daarom onthouden bij de OCMW begroting.

Ook de rest van de dag draaide rond armoede. Eerst de studiedag van het Jaarboek Armoede en Sociale Uitsluiting, waarover ik de voorbije week als schreef. Opnieuw werd duidelijk hoezeer we meer middelen moeten inzetten om armoede te bestrijden in één van de rijkste landen ter wereld.

's Avonds was het op KRO de uitzending van Soeterbeeck, met een debat over mijn boek 'We consumeren ons kapot'. De opname was vorige week, ondermeer met Elle-hoofdredacteur Cécile Narinx. “Elle is all about creating appetites, zin maken in dingen waarvan je nog niet wist dat je ze wilde hebben.” Bij het bekijken dinsdagavond trof de uitspraak van me dubbel hard. Narinx zegt wel eens een schuldgevoel te hebben na aanschaf van een dure tas. “Dan denk je: veel te duur, hier kan een dorp in Afrika een hele week van eten.” Maar als ze bijvoorbeeld een modeshow in Milaan bezoekt, staat ze er weer anders in. “Met een tas die twee seizoenen oud is val je daar weer uit de toon.”

Hier kan een dorp in Afrika een week van eten. Maar we moeten af van schuldgevoelens... Armoede en rijkdom, overconsumptie versus honger, duurzaam genieten versus cynisme, we leven meer dan ooit in een wereld van ongelijkheid en van contrasten.

Opwarming van de aarde en verkilling van de samenleving is nog zo'n contrast. Daarom stap ik zaterdag mee op in de Climate Action day in Brussel. En geniet ik zaterdagavond van de schitterende en geengageerde concerten van People for Earth.

We consumeren ons kapot: dinsdag in debat op Nederland 2 over consumptiedrift

Nieuwe commentaar toevoegen

Nu dinsdag 4 december om 17u10 is het debatprogramma Soeterbeeck op de KRO-televisie (Nederland 2) gewijd aan overconsumptie. Als smaakmaker alvast een samenvatting van de aankondiging van het programma:

“Ik koop dus ik ben. Dat is volgens de Belgische socioloog Dirk Geldof hét motto van de moderne westerse samenleving. Hij ergert zich aan de consumptiedrift die in december op zijn hoogtepunt is. Geldof schreef er een boek over: We consumeren ons kapot. In Soeterbeeck licht hij de titel nader toe: de planeet gaat naar de knoppen en we zijn te veel consument waardoor andere levenssferen in de verdrukking komen. Onder leiding van presentator Pauline Kuijper gaat Geldof in discussie met psycholoog en koopgedragdeskundige Carien Karsten en bladenmaakster Cécile Narinx, hoofdredacteur van de luxe glossy Elle.

Volgens Geldof maakt meer overvloed niet langer gelukkig. “Mensen werken zich te pletter of steken zich in de schulden om nog meer te kunnen consumeren. De consument verdringt de burger en het eigenbelang verdrukt het algemeen belang.”

Volgens Elle-hoofdredacteur Cécile Narinx, zijn haar lezers slim genoeg om zich niet door bovenaf iets te laten opleggen. Maar Elle is natuurlijk wel gebaseerd op luxe, je moet even kunnen wegdromen en daar is volgens Narinx niets mis mee. “Elle is all about creating appetites, zin maken in dingen waarvan je nog niet wist dat je ze wilde hebben. Narinx zegt wel eens een schuldgevoel te hebben na aanschaf van een dure tas. “Dan denk je: veel te duur, hier kan een dorp in Afrika een hele week van eten.” Maar als ze bijvoorbeeld een modeshow in Milaan bezoekt, staat ze er weer anders in. “Met een tas die twee seizoenen oud is val je daar weer uit de toon.” Ook Karsten beaamt dat mensen als nooit tevoren beïnvloedbaar zijn door bijvoorbeeld reclame. “Religie is voor een groot deel weggevallen en daarmee de houvast. Mensen trekken zich nu op aan de normatieve kracht van de reclame en de soaps.”

Het is volgens Geldof zeker niet de bedoeling dat we allemaal sobere kloosterlingen worden.”We beseffen ons te weinig hoe rijk we nu zijn, dat zouden we meer moeten doen. En rekening houden met ecologische grenzen, maar ook met de sociale druk. De blik is nu altijd vooruit gericht, op wat we vooral niet hebben.”

Het debat wordt uitgezonden nu dinsdag 4 december om 17u10 in Soeterbeeck op de KRO-televisie (Nederland 2).

We consumeren ons kapot: bespreking in De Volkskrant

Nieuwe commentaar toevoegen

Na een uitgebreide bespreking van 'we consumeren ons kapot' in het NRC (samen met het consumptieboek van Benjamin Barber)stond er nu ook in de Volkskrant van vorige vrijdag een beknoptere boekbespreking. Ditmaal werd het boek gekoppeld aan 'Het einde van de middenklasse' van Massimo Gaggi en Edoardo Narduzzi.

Volgens de Volkskrant is het boek 'een vlotte weglezer' en 'een confronterend pamflet tegen de economische groeipolitiek én tegen het runshoppen (gemaksvoer inslaan na het werk), funshoppen, autorijden en vliegen. Daarbij balanceert Geldof tussen hoop (fair trade-initiatieven, groene beleggingsfondsen) en vrees (‘de file, dat zijn de anderen’).' Globaal geeft De Volkskrant het boek drie sterren. Het hele artikel vind je hier.