Cultuur in laagjes...

Nieuwe commentaar toevoegen

Ook al zouden we het graag anders willen en ondanks een participatiedecreet, is de realiteit dat vele mensen minder of bijna niet aan cultuur participeren. Daarover verscheen zopas het artikel 'Cultuur in laagjes. Waarom we de echte participatiedrempels onvoldoende kennen', dat ik samen met Kristel Driessens schreef. Het is te vinden in het boek 360° participatie van Marjolein Bultynck en verscheen bij Demos.

Eén van de groepen van wie we het best weten dat ze minder deelnemen, zijn mensen in armoede. De onderzoeken naar cultuurparticipatie tonen het telkens weer: je vindt weinig mensen in armoede in de opera’s, theaters of balletten. Je vindt ze weinig in de musea, galerijen of bibliotheken. Je vindt hen zelden in de historische kerken en tempels, in culinaire tempels of op architectuurtentoonstellingen. En je vindt ze evenmin op klassieke concerten.

Waarom? Soms omdat het hen niet aantrekt. Soms omdat er drempels zijn. Soms omdat ze zeggen dat het hen niet aantrekt, omdat er zoveel drempels zijn. Wat volgt is een samenvatting van het verhaal van gekende drempels, van participatiedrempels. Maar als we in de spiegel durven kijken, ook van niet gekende participatiedrempels. En misschien nog juister: van drempels waarvan velen in de cultuursector en vele beleidsmakers denken dat ze ze kennen. Met veel goede wil proberen we ze met zijn allen weg te werken: de financiële drempels, de informatiebarrières, de gebrekkige kennis, de moeilijke bereikbaarheid, desnoods zelfs de nood aan kinderopvang. Meer nog: we sturen onze cultuurmakers de straten en pleinen op, de wijken in. Twee Antwerpse voorbeelden: De Philharmonie speelt op het Sint Jansplein in Antwerpen noord, en nog wel voor veel volk, zelfs uit de buurt. De Antwerpse cultuurmarkt wordt jaar na jaar platgelopen.

In dit artikel betogen we dat we de participatiedrempels zowel kennen als... niet kennen. We werken dit uit ten aanzien van mensen in armoede. Maar bij uitbreiding geldt het ook voor zeer veel mensen die slechts een korte scholing hebben gehad. En het geldt misschien nog meer voor mensen van andere etnische afkomst. We schetsen de drempels die we kennen, in een poging om uit te leggen waarom onze kennis - en dus ook ons beleid - te kort schieten.

Hier vind je het volledige artikel 'Cultuur in laagjes. Waarom we de echte participatiedrempels onvoldoende kennen.'

Faire aimer la ville

Nieuwe commentaar toevoegen

Donderdag en vrijdag had ik de kans het 37ste 'Atelier Projet Urbain' bij te wonen. Antwerpen was de gaststad voor dit jaarlijks vaksymposium ingericht door het Franse ministerie van Ruimtelijke Ordening.

Antwerpen heeft vandaag met het strategisch Ruimtelijk Structuurplan Antwerpen een stevig én flexibel kader voor zijn stadsprojecten. Dit laat toe tegelijk, maar gefaseerd te werken, met tientallen projecten van verschillende aard en omvang.

Antwerpen staat vandaag voor analoge uitdagingen als de meeste Europese steden. De stad stelde een aantal van haar antwoorden voor: de opmaak van het Masterplan Scheldekaaien (met een hogere waterkering die nodig is omwille van klimaatopwarming, en de vraag hoe ver men de auto's durft terug te dringen uit het centrum), mobiliteit, groen en een duurzame leefomgeving (Masterplan Groene Singel, Park Spoor Noord), kwalitatief wonen in de stad (Militair Hospitaal, Nieuw Zurenborg), samenleven in de diverse stad (omgeving Centraal Station).

Het moet gezegd: kosten noch moeite werden gespaard om het Antwerpse beleid te presenteren. Met het ruimtelijk structuurplan - mee ontworpen door Bernardo Secchi en Paola Vigano - als kader wordt de lijst projecten stilaan indrukwekkend. En de professionaliteit van een gedreven ploeg jonge stadsambtenaren is een plezier om zien. Ruimtelijk is Antwerpen op vele punten stappen vooruit aan het zetten.

Toch blijven er ook schaduwzijden. Hoewel de aandacht voor duurzaamheid her en der aanwezig is, lopen we achter om een echte klimaatstad te worden. Maar voor mij is de groeiende armoede de belangrijkste schaduwzijde. Vele van de huidige en geplande ruimtelijke ingrepen dreigen de sociale verdringing te versterken via processen van gentrification. Er is dus nog een lange weg te gaan voor die stadsontwikkeling ook echt voor iedereen wordt. Al bewijst het park spoor noord dat het kan. Op voorwaarde ten minste dat men de vastgoedprijzen en betaalbaar wonen in Antwerpen Noord ook de volgende jaren kan blijven garanderen. Want stadsvernieuwing moet ook voor de sociaal zwakkere inwoners een verbetering zijn.

Hoofddoeken en vrije keuze

Nieuwe commentaar toevoegen

Mag een hoofddoek op school? Het geplande verbod op hoofddoeken op het Atheneum van Antwerpen en Hoboken verhit alvast opnieuw de gemoederen. het zal de laatste keer niet zijn. Sinds het Antwerpse stadsbestuur op erg ongelukkige wijze een hoofddoekverbod invoerde voor loketpersoneel ligt het thema gevoeliger dan ooit.

Toch heeft het debat meer nood aan nuance dan aan polarisatie. Terecht stelt Meyrem Almaci de vraag: Hoofddoeken en onderwijs: wie willen we nu eigenlijk beschermen?

In haar tekst verzet ze zich tegen de groepsdruk binnen de gemeenschap, en pleit voor een debat hierover. Zo trekken we de discussie open. Zij besluit: "We moeten weten wat we willen als samenleving. Als we kinderen willen beschermen, emanciperen, in hun diversiteit erkennen en een goede toekomst willen geven, dan is zowel in het geval van een gedwongen hoofddoek als in het geval van een vrije keuze een hoofddoekverbod mijns inziens niet de beste oplossing. Het is niet omdat je een hoofddoek draagt dat je automatisch onderdrukt wordt. Maar het is ook niet omdat je geen hoofddoek ophebt dat je als vrouw in deze maatschappij automatisch alle kansen krijgt. En het is niet omdat er een hoofddoekenverbod is, dat de repressie zal stoppen. Hoog tijd voor een ontsluierd en eerlijk debat."

U vindt haar tekst als bijdrage voor debat hier. Want dat debat zullen we in onze kosmopolitische steden met zijn allen moeten voeren. Liefst met argumenten. En met oog voor een juiste mix tussen persoonlijke keuzevrijheid en ruimte voor identiteit.

Brief aan mijn overleden vader

Nieuwe commentaar toevoegen

Beste vader,

Net 75 ben je geworden, dag op dag. Op 9 juni 1934 werd je geboren, op ’t Kiel. Jouw vader was wattman op de tram, vertelde je, maar hij stierf lang voor ik was geboren. Jeanne of Joanna Geldof was je oudere zus.

Sporadisch vertelde je over je jeugd: over de ‘blekke school’ op ’t Kiel, over ’t Atheneum op de Rooseveltplaats, over zwemmen op ‘t Zuid. De oorlog tekende je kindertijd. Je vertelde soms over de bevrijding, de tanks en de bombardementen. Of over rondzwerven tussen de bunkers en kapotte tanks aan het Nachtegalenpark.

Je trouwde met ons moeder op 1 september 1956. Pas jaren later, in 1965, werd ik geboren. Eerst moest worden gewerkt en gespaard, om aan de armoede te ontsnappen.

Mijn eerste levensjaar woonden we op het hoekje in de Oranjestraat aan het Sint-Jansplein, boven het ‘naftstation’. Spoedig volgde de verhuis naar een nieuw Amelinckx-appartement in de Lange Lozanastraat: voor jou een belangrijke stap omhoog op de sociale ladder. Daar groeide ik op.

Ik herinner me hoe je thuis de krant las, en ik leerde ze al snel meelezen. Lezen werd altijd gestimuleerd. Samen naar de bibliotheek was een wekelijkse uitstap als kind.

Ik herinner me ook je blauwe Volkswagen Kever. Als kleine jongen bracht je me ermee naar school. Die kever poetsen we ’s zaterdags samen. Zaterdagnamiddag was het dan winkelen in ’t stad, met die Kever, rondrijdend op zoek naar een parkeerplaats.

’s Zondags gingen we op stap, opnieuw met de Kever, naar het Peerdsbos, naar de Kalmthoutse hei, naar Breebos in de Kempen. Een wandeling en een pannenkoek. Soms gingen we eens naar zee. En één keer per jaar op reis, steeds met dezelfde kever. Als ik klein was gingen we naar zee. Eén keer naar Spanje.

Maar zodra ik lang genoeg kon stappen, gingen we op reis naar de bergen, in Zwitserland of Oostenrijk. Je vond zelden rust, maar in de bergen lukte het soms wel. Was het door het uitzicht, door te wandelen, of door met de auto alle bergweggetjes op en af te kronkelen?

Je werkte heel je leven op ‘den BP’. Na de oorlog begon je er als loopjongen. Met avondschool werkte je je op tot programmeur, op de ‘meccano’, zoals de computerafdeling toen heette. Af en toe op zaterdag mocht ik mee naar jouw werk. De helft van de 5de verdieping op de Jan Van Rijswijcklaan was gevuld met één reusachtige IBM-computer. Bakken met ponskaarten vol gaatjes, grote draaiende tapes en reusachtige printers die papier aan de lopende meter spuwden. Mijn hele jeugd tekende ik op ponskaarten en op meterslange computerprints.

Dat je je had kunnen opwerken tot programmeur, was je fierheid. Het werd ook je frustratie, als je twintig jaar later de enige niet-ingenieur op de informatica-afdeling was geworden. En dat liet zich blijkbaar voelen. De laatste jaren mocht of moest je weg van de computerafdeling, en was je verantwoordelijk voor de drukkerij en voor een deel van de aankoopdienst van BP.

Ik herinner me je als een strenge vader. Als ik weer eens met een rapport thuis kwam waarin stond dat ik teveel babbelde, of weer eens met straf. Als het huiswerk af moest zijn. Of als ik in politiek geïnteresseerd raakte, en dan nog met groene ideeën… Ik ben discussiërend opgegroeid, soms tot wanhoop van mijn moeder. En de discussies werden in mijn puberteit als snel ruzies.

Vader, we hadden vaak een strijdrelatie en we waren allebei bijna even koppig. Het was geen wonder dat ik op mijn 18de al alleen wilde wonen. Dat was uitgesloten, tot ik vastbesloten bleek. En dan… was je er toch om het mogelijk te maken. Als ik mijn 2de zit meedeed, betaalde je de huur van mijn eerste appartement en mijn studies. De studies die jullie nooit hadden kunnen doen. En ik herinner me de fierheid als ik afstudeerde, of later doctoreerde. Het was niet voor niets geweest…

Je had het soms ook moeilijk met de oude huizen waarin ik wilde wonen. Bij ons vorig huis in de Van Schoonbekestraat begreep je niet dat we dag na dag meer moesten afbreken. Je kon die liefde voor oude huizen niet begrijpen, maar je kwam toch mee schilderen. Pas na de renovatie en vooral na de verkoop tegen een goede prijs tien jaar later erkende je dat het toch zo slecht niet geweest was. En enkele jaren terug was je vooral blij dat ons huidige oude huis al gerenoveerd bleek….

Je zus Joanna stierf net 10 jaar geleden. Zij was op vele punten je tegenpool. Zij actrice, jij bediende. Zij een oud hoevetje dat ze zelf renoveerde, jij een Amelinckx-appartement. Zij een knalgele sportwagen, jij je kever. Zij gaf geld uit, jij spaarde voor de oude dag, en je vergat soms om er van ondertussen ook van te genieten.

Via Joanna leerden we samen nieuwe werelden kennen, van toneel, van schilderijen, van de dramaseries die ze produceerde, van wijn ook. Joanna leefde voller en risicovoller, jij voorzichtiger. En zo kon ik het beste van de twee kiezen.

Vader, je werd harder met het ouder worden. De kritiek werd steeds bijtender en cynischer. Je werd ook eenzamer na je pensioen. Bevrijd van het werk dat steeds zwaarder viel, maar met weinig echte hobby’s om de tijd te vullen. Er waren niet zoveel vrienden, en zo vaak zagen ze elkaar niet. Al doken enkele oude vrienden gelukkig terug op. Ik denk aan Theo, of aan Fons.

Bij te veel sociale contacten sloot jij je af. En het waren er al snel teveel. Dan bleven er de kruiswoordraadsels en de boeken, als ze niet te literair waren. En televisie, urenlang. En ons moeder als klankbord, ook voor je bijtende kritieken op de hele wereld rondom je.

Achter die scherpe commentaren school tegelijk je verborgen kwetsbaarheid. Wanneer ons moeder 13 jaar geleden kanker kreeg, kwam die boven. Na de genezing kochten jullie samen een tweede appartementje in Knokke. De laatste jaren was het zowat je enige toevlucht, als reizen niet meer kon.

Met de geboorte van Kobe, en later van Nathan, werd de strenge vader plots de speelse opa. De gekke opa voor Kobe en Nathan, met woordspelletjes. De opa met een klein pianootje waar ze op mochten spelen. Zo wou je door hen herinnerd worden. En dus mochten Kobe en Nathan de laatste jaren enkel op bezoek als jij je sterk genoeg voelde. Want opa was ziek.

Drie jaar geleden was je vaak moe. Er doken hartproblemen op. Niet onoverkomelijk, tot bleek dat er een ander probleem was, met je bloed. We leerden leven met het woord leukemie, en met het feit dat er op jouw leeftijd geen behandeling meer mogelijk was. Het werden drie jaar van onzekerheid, van leven met de dood.

Er waren weken dat het goed ging. Maar dan kwamen de crisissen. Anderhalf jaar geleden de eerste. De doctor gaf je nog 3 dagen. De dood werd ineens heel concreet. Maar je kwam er door; je wou nog niet sterven. In november en december 2008 volgde een nieuwe crisis. En opnieuw kwam je er door, onverwacht. Met Pasen dit jaar zat je nog een laatste week aan zee.

Maar dan kreeg de leukemie de overhand. De bloedtransfusies volgden elkaar steeds korter op. Het effect was steeds kleiner. De laatste weken kon je nog amper eten. De laatste dagen amper stappen.

Het waren zware maanden, voor jou, maar ook voor ons moeder die je verzorgde. Vaak zonder dat het kon helpen, vaak zonder dat je er nog voor kon bedanken. De laatste maand verslechterde je dag na dag. Tot je vorige maandag thuis door je benen zakte. De ondergrens was bereikt en je moest naar het ziekenhuis.

Daar vroeg je nog maar één ding: rustig inslapen. Het was een kroniek van een aangekondigde dood. We waren er bij, ons moeder, Kristel en ik, als aan je laatste wens gehoor werd gegeven. Maandagavond sliep je vredig in, nadat we samen afscheid namen. We waakten die nacht terwijl je diep sliep. Dinsdag was het je 75ste verjaardag. Het was de dag dat je in alle rust overleed.

Je gevecht was voorbij, je was moe gestreden, het was geweest en het was goed zo.

Bedankt vader, voor alles.

Je zoon,

Dirk
15 juni 2009

Bijlagen
rouwkaartje Andre Geldof.pdfrouwkaartje Andre Geldof.pdf

Onzekerheid: interview op radio 1

Nieuwe commentaar toevoegen

In het Vrije Woord op Radio 1 kon je vanavond een interview beluisteren over mijn laatste boek 'Onzekerheid. Over leven in de risicomaatschappij.' U kan het interview hier herbeluisteren (na een interview van Etienne Vermeersch; het gesprek over onzekerheid start vanaf de 13de minuut).