Fukushima, Tchernobyl en de risicomaatschappij

Nieuwe commentaar toevoegen

De kernreactor van Tchernobyl ontplofte op 26 april 1986. De ramp met de kerncentrales in Fukushima in Japan begon na de aardbeving en tsunami op 11 maart 2011. Beide illustreren de analyse van de Duitse socioloog Ulrich Beck: we evolueren naar een mondiale risicomaatschappij.

Risico’s komen steeds meer op de agenda, of het nu gaat om de financiële crisis of om nucleaire calamiteiten. Ze mondialiseren ook, ze hebben een impact voorbij de grenzen van ruimte, maar ook van tijd. Een kwart eeuw na Tchernobyl zijn nog steeds niet alle slachtoffers geboren. Het is nog veel te vroeg om de gezondheidsimpact van Fukushima te kennen. Eigen aan de risicomaatschappij is dat we steeds meer risico's produceren die we eigenlijk niet langer kunnen controleren. Kerncentrales zijn er het typevoorbeeld van.

Toch blijft de discussie voor vele mensen abstract: we zien noch ruiken radio-activiteit. Specialisten en media informeren ons over het onzichtbare gevaar, al dan niet met vertraging. De impact op de gezondheid – behalve bij zeer hoge dosissen - blijkt pas later. Ulrich Beck schreef ooit provocerend: stel dat radio-activiteit zou jeuken... Het zou een ander debat geven.

Ondertussen zijn we 26 jaar na de ramp in Tchernobyl en één jaar na Fukushima. Ook de theorie van de risicomaatschappij bestaat een kwart eeuw. Tijd om lessen te trekken.

Onzekerheid in tijden van staking

Nieuwe commentaar toevoegen

Vanavond in Terzake interviewde Kathleen Cools voormalig minister en huidig professor aan Frank Vandenbroucke. Ze vroeg: “Onderschatten we die onzekerheid, waardoor er veel angst is?”

Frank Vandenbroucke was duidelijk: “Ik denk het wel. Dé politieke hamvraag van deze tijd draait eigenlijk rond onzekerheid, of het nu gaat om de financiële markten, de ondernemerswereld, maar ook de mensen. Het is onzekerheid wat heerst en het is onzekerheid die - denk ik - ook knaagt in de samenleving.”

Voor een verdere analyse van een onzekerheid, zie de derde, geactualiseerde druk van onzekerheid. Over leven in de risicomaatschappij.

Het huis van honing en melk

Nieuwe commentaar toevoegen

Op deze gedichtendag, nog altijd één van de meest pakkende teksten over de stad en haar verborgen inwoners, van Ramsey Nasr...

Het huis van honing en melk

De vrouw op het statige Zuid bestaat niet. Overdag begraaft ze zichzelf.
Ze huurt de seconden en uren af in een dure onzichtbare stad.
Het huis dat de vrouw bewoont bestaat niet. Ik weet waar. In deze straat
ligt het stiltegebied van de woondienst, een gat gevuld met kamers.

De vrouw, die het huis niet verlaat, maanbleek en onderkomen is,
woont niet echt in een goor donker hol achter de Volksstraat.
Zoiets kan niet, dat bestaat niet. Ze woont niet echt, maar alsof.
Dit verheldert de zaak: ongeldige vrouw heeft zich als nacht verstopt.

De vrouw met man en vier kinderen heeft geen recht op honger,
geen reden tot licht, elektro of warm water. Ze mag niet klagen.
Ze mag hier niet werken zolang ze niet bestaat. En vooral vice versa.
Tot die tijd moet ze weg. Het systeem werkt m.a.w. perfect.

De kinderen - één, twee, drie, vier – de kinderen zijn net echt.
’s Nachts niet, dan slapen ze tussen strontlucht en kakkerlakken
samen op de vochtige grond. Niet echt: ze doen alsof. In elk geval
zie ik er ’s ochtends drie naar een propere school vertrekken.

Die school bestaat. Vrienden van mij sturen hun dochter ernaartoe.
De school heeft een naam, een stedelijk goede naam op ’t Zuid.
De school treft geen blaam. Men zag er drie kinderen in een klas
elke dag hun ogen stijf toeknijpen, niemand wist wat het was.

Het was het zonlicht. Vier kinderen groeien, nogmaals, op in een hol.
Eén dochter heet Noer, zij werd zes in het donker. Ze spreekt Vlaams.
Noer bestaat, ze is een illegaal halflicht met de zieke ogen van een mol,
de natte longen van een zeehond en een hart dat ze hier heeft opgedaan.

Er is ook een weldoener. De weldoener bezit het huis dat niet bestaat.
Zonder hem geen ongedierte, monoxide of kans op ontploffing op ’t Zuid.
Ontploft de boel, dan verbrandt misschien het gezin, maar ook het huis.
Daarom vraagt de weldoener geld. Om wel te kunnen blijven doen.

Weldoeners weten: elke mens is een vierkante meter, elke meter
een luxeleven voor wie weinig excuus of geen enkel bezit.
Weldoeners lichten op in de duisternis. Ze verhuren een aambeeld
om in te wonen. Slaan erop totdat het bloost. Tot het bloost als een matras.

Antwerpen, gij zijt een schone stad, gevuld met onzichtbare wanhoop.
De huurders van uw paradijs zochten hogere honing en appelspijs.
Men gaf ze bittere bijen te eten, loodwitte melk. Nog bleven ze bij u.
Zegt gij het dan. Wat moet een mens met zijn vreemden aanvangen?

Antwerpen zeg ons, wat doen wij straks als de kakkerlakken zijn bekeurd,
de gaten in hechtenis genomen, de schimmels bewaard voor het archief?
Wat doen we met het overschot? Wat doen we met kind 1, 2, 3 & 4?
Ze zijn volledig opstapklaar. Gelukkig bestaan er formulieren.

’t Is goed in de eigen stad te kijken. Ook wij willen weldoen. Wij willen
onze illegalen tellen, namen geven en ingeburgerd wegsteken in een cel,
een hol met hek. Maar zèg dat dan gewoon. Spreek helder Vlaams en zeg:
duik in vogelvrije vlucht omlaag, omlaag naar het licht van de Schelde.

Ramsey Nasr, Antwerpse stadsgedichten, 2005.

Interculturaliseer sociaal cultureel werk

Nieuwe commentaar toevoegen

Vanmorgen stelde de federatie Sociaal Cultureel Werk 'Boekstaven 2011' voor, een mooi visitekaartje van het erkende en/of gesubsidieerde volwassenenwerk in Vlaanderen. Zo'n visitekaartje is nodig, want de sector ligt onder besparingsvuur. Nochtans is er in een snel veranderende risicomaatschappij juist nood aan meer vorming en bewegingswerk, en niet aan minder. Reflexieve burgers krijg je niet zomaar.

De kracht van het sociaal-cultureel volwassenenwerk is dat ze meer dan 190.000 vrijwilligers kan mobiliseren, een ongekend sociaal kapitaal. Tegelijk is het meer dan ooit de vraag de sector de groeiende groep van mensen van andere etnische afkomst voldoende bereikt. Migrantenorganisaties en zelforgansiaties geraken langzaam erkend. Maar interculturalisering van de traditionele organisaties blijft een pijnpunt, zeker voor een sector die participatie, burgerschap en sociale innovatie hoog in haar vaandel voert.

Enkele maanden terug schreef ik dat steden sneller interculturaliseren dan sociaal werk. Op de bijna uitsluitend witte autochtone studiedag vanmorgen vertaalde ik dit pleidooi naar het sociaal cultureel werk. Volgens het rapport heerst er in de sector een zekere 'interculturaliseringsmoeheid'. Nou moe... Als als er één sector is die zich dit niet mag en kan permitteren, is het toch sociaal cultureel werk? Zelforganisaties zijn de cruciale opstap, maar toch geen eindpunt?

Onzekerheid. Over leven in de risicomaatschappij.

Nieuwe commentaar toevoegen

Zopas verscheen de derde en geheel geactualiseerde druk van mijn boek 'Onzekerheid. Over leven in de risicomaatschappij'. De risicomaatschappij is immers actueler dan ooit. Sinds 2008 beheerst de internationale financiële en economische crisis het nieuws, waarbij niet alleen banken en beurzen, maar ook landen zware financiële risico’s liepen en lopen. De impact van de financieel economische crisis maakt niet alleen beleggers, bankiers en politici onzeker, maar weegt met de dag meer op alle burgers.

Die financiële crisis dreigt de milieu- en klimaatcrisis naar de achtergrond te drukken. Ondertussen gaat de klimaatopwarming verder, aan een sneller tempo dan we onze samenleving koolstofarmer maken. De olieramp met de ‘Deepwater Horizon’ in de Golf van Mexico in 2010 confronteerde ons met de steeds riskantere ontginning van steeds schaarsere olie. En bijna 25 jaar na de kernramp in het Tchernobyl hield de wereld in maart 2011 haar adem in voor de nucleaire ramp in Fukushima in Japan.

Risico’s zijn – meer dan ooit – deel van een globaliserende wereld, van een mondiale risicomaatschappij. Die globalisering ligt ook mee aan de basis van migraties, samen met uitslaande politieke conflicten en met de groeiende contrasten tussen arm en rijk in de wereld. Onze steden veranderen daarbij sneller dan onze manier van kijken. De politieke debatten over migratie hollen achter de maatschappelijke ontwikkelingen aan. De terugkerende asielcrisissen zijn slechts één van de indicatoren van een ruimer proces van maatschappelijke verandering, van de overgang naar een kosmopolitische samenleving, zeker in onze steden.

Risico’s spelen niet enkel op globaal vlak, maar ook in het eigen leven, op het microniveau. Nieuwe echtscheidingscijfers bevestigen de trend naar meer fragiele en meer tijdelijke relaties voor een groeiende groep. De crisis sinds 2008 heeft ook vele gezinnen met onzekerheid over de job en hun inkomen geconfronteerd. Groeiende tijdsdruk weegt ondertussen op gezinnen, vooral in de drukke leeftijd.

Onzekerheid groeit dan ook uit tot een basiskenmerk van onze mondiale risicomaatschappij. De snelheid van de maatschappelijke veranderingsprocessen neemt hand over hand toe. Na amper drie jaar was het boek dan ook aan een grondige actualisering toe. De doelstelling blijft evenwel dezelfde: vanuit actuele (sociologische) denkkaders de razendsnelle veranderingsprocessen in onze risicomaatschappij beter begrijpen, voortbouwend op het werk van de Duitse socioloog Ulrich Beck.

Hoe kunnen we de uitdagingen in onze risicosamenleving het hoofd bieden? Het boek biedt kaders, voor wie onze wereld beter wil begrijpen, voor wie onzekerheid ernstig neemt en voor wie de fundamentele uitdagingen in de risicomaatschappij wil aanpakken.

Verkrijgbaar in de boekhandel. Bestellen kan ook online via uitgeverij Acco.